Beroep tegen uitblijven uitspraak massaal bezwaar box 3 niet-ontvankelijk

Datum: 25 februari 2021

X maakte bezwaar tegen aanslagen IB 2017 en 2018 in verband met de vermogensrendementsheffing van box 3. Mevrouw Y maakte om dezelfde reden bezwaar tegen de aan haar opgelegde aanslag IB 2017. De inspecteur liet weten dat hun bezwaren werden meegenomen in de massaalbezwaarprocedures. Toch verstuurden de beide belastingplichtigen de inspecteur in augustus 2019 een ingebrekestelling en maanden hem aan om uitspraak op hun bezwaren te doen. Toen de uitspraken uitbleven, gingen zij in beroep vanwege het niet (tijdig) nemen van een beslissing. Rechtbank Noord-Nederland was het met de inspecteur eens dat op de bezwaren de procedure van het massaal bezwaar van toepassing was. De bezwaren zagen alleen op de rechtsvraag zoals die in de aanwijzing stond en ze waren ingediend voordat de collectieve uitspraken op het massale bezwaar waren gedaan. De beslistermijn voor het doen van uitspraak op bezwaren waarvoor de aanwijzing massaal bezwaar gold, was op grond van artikel 25c, lid 4, AWR opgeschort tot en met de dag voorafgaande aan de dag waarop de collectieve uitspraak werd gedaan. Op grond van artikel 25e, lid 1, AWR besliste de inspecteur binnen zes weken op bezwaren waarvoor de aanwijzing massaal bezwaar gold, als de rechtsvraag uit de aanwijzing massaal bezwaar onherroepelijk was beantwoord. De collectieve uitspraken op het massale bezwaar waren echter nog niet gedaan en rechtsvragen uit de aanwijzing massaal bezwaar waren nog niet onherroepelijk beantwoord. Dat betekende volgens de Rechtbank dat de beslistermijn nog (lang) niet was verstreken. De Rechtbank verklaarde de beroepen van X en mevrouw Y niet-ontvankelijk.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.