TOZO niet voor al vóór de coronacrisis bestaande financiële problemen

Datum: 23 februari 2021

Kunsthandelaar X vroeg met ingang van 1 oktober 2020 een aanvullende uitkering voor levensonderhoud (TOZO 3) aan. Zijn inkomsten waren nihil omdat alle evenementen, beurzen en markten waren geannuleerd wegens de coronacrisis. De gemeente wees de aanvraag af omdat uit de aangifte IB 2019 van X bleek dat zijn inkomen over dat jaar al ruim onder het sociaal minimum lag. Dat betekende dat zijn inkomen niet als gevolg van de coronacrisis was gedaald tot onder het sociaal minimum. X maakte bezwaar tegen de afwijzing en diende een verzoek in om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van Rechtbank Zeeland-West-Brabant was het echter met de gemeente eens dat X geen recht had op TOZO 3. Deze regeling was in het leven geroepen voor zelfstandigen die als gevolg van de coronacrisis, buiten hun invloedssfeer, in acute financiële problemen waren geraakt. Volgens de voorzieningenrechter was voor gevallen als dat van X, waarbij het inkomen uit onderneming structureel (ruim) onder het sociaal minimum lag, het aanvragen van reguliere bijstand de geëigende weg.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.