Opmerking van inspecteur over PKV geen toezegging maar standpunt

Datum: 22 februari 2021

X ging in beroep tegen navorderingsaanslagen IB 2013 en 2014 en verstrekte alsnog een dieetverklaring voor de door hem geclaimde aftrek van dieetkosten. Verder stelde X dat hij recht had op een proceskostenvergoeding (PKV) omdat de navorderingsaanslagen in de bezwaarfase waren verminderd. De inspecteur concludeerde vervolgens dat X recht had op de dieetaftrek, zodat de navorderingsaanslagen konden worden vernietigd. Rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van X gegrond en vernietigde de navorderingsaanslagen. X had volgens de Rechtbank echter geen recht op een PKV voor de bezwaarfase, omdat de navorderingsaanslagen in bezwaar waren verminderd naar aanleiding van stukken die X pas (laat) in de bezwaarfase had verstrekt. Van een onrechtmatigheid die aan de inspecteur was te wijten, was volgens de Rechtbank geen sprake. De opmerking van de inspecteur in zijn verweerschrift dat X “gezien de gegrondheid van het beroep (…) recht [heeft] op een proceskostenvergoeding met betrekking tot de bezwaarfase” kon volgens de Rechtbank niet worden aangemerkt als een toezegging, omdat niet expliciet was gesteld dat de inspecteur bereid was die kosten te vergoeden. Er was sprake van een standpunt en volgens de Rechtbank kon niet gezegd worden dat de inspecteur daar niet, op een later tijdstip, op kon terugkomen. De Rechtbank kende X voor de beroepsfase een PKV toe van € 1.068. Een brief van X kon voor de toekenning van proceskosten niet worden aangemerkt als conclusie van repliek, omdat daarvan alleen sprake was als de rechter de indiener van het beroepschrift op diens verzoek of ambtshalve in de gelegenheid had gesteld schriftelijk te repliceren. Dat was in dit geval niet gebeurd.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 11-06-2021