Onjuiste toepassing regeling invorderingsrente

Datum: 19 februari 2021

De staatssecretaris heeft de Tweede Kamer laten weten dat recent duidelijk is geworden dat sprake is van een onjuiste toepassing van de regeling rondom invorderingsrente. Op dit moment wordt de aard en omvang van de problematiek onderzocht. Er zijn twee situaties onderkend, waarbij de wetgeving rondom de invorderingsrente onjuist is toegepast:

  1. Het niet-herrekenen van invorderingsrente na vermindering van een aanslag. Hierdoor is per saldo ten onrechte te veel invorderingsrente in rekening gebracht. Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als een belanghebbende, nadat hij een aanslag heeft betaald, bezwaar indient en dit wordt toegewezen, bij verzoek om ambtshalve vermindering van een betaalde aanslag of bij een achterwaartse verliesverrekening, waarbij een al betaalde aanslag over een eerder jaar wordt verminderd. Dit speelt sinds 2013.
  2. Het ten onrechte in rekening brengen van invorderingsrente in de situatie dat een negatieve aanslag met een positieve (nog – deels – onbetaalde) aanslag van hetzelfde middel en jaar wordt verrekend. Vanaf 2013 bevat de IW de bepaling dat geen invorderingsrente in rekening gebracht wordt als een negatieve aanslag wordt afgeboekt op een positieve (onbetaald gebleven) aanslag over hetzelfde tijdvak en van hetzelfde middel. Dit geldt voor onder andere aanslagen IB, ZVW en Vpb. Volgens de staatssecretaris is helaas gebleken dat bij dergelijke verrekeningen ten onrechte wel invorderingsrente in rekening is gebracht.
Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 11-06-2021