Autohandelaar recht op BTW-nultarief ondanks mogelijke fraude in keten

Datum: 18 februari 2021

BV X maakte deel uit van een fiscale eenheid (f.e.) voor de BTW en hield zich bezig met het in- en verkopen van (tweedehands) auto’s. Zij leverde in het eerste kwartaal van 2017 met toepassing van het BTW-nultarief meer dan 100 auto’s aan de in 2016 opgerichte Hongaarse A Kft. Bestuurder van A Kft was Syriër D die over een tijdelijke verblijfsvergunning voor Duitsland beschikte. De auto’s werden met behulp van autotrailers opgehaald van de bedrijfslocatie van BV X door verschillende transportbedrijven. A Kft liet zich bij de levering van de auto’s vertegenwoordigen door F en G. BV X diende over het eerste kwartaal van 2017 een BTW-aangifte in naar een te ontvangen bedrag van € 348.066, maar de inspecteur verleende slechts een teruggaaf van € 154.961. Naar aanleiding van het bezwaar van BV X, liet de inspecteur weten dat hij de termijn voor het doen van uitspraak op bezwaar opschortte in verband met een lopend onderzoek naar BTW-fraude waarbij ook gegevens uit het buitenland werden opgevraagd. BV X was het niet eens met de opschorting van de beslistermijn, stelde de inspecteur in gebreke en ging vervolgens in beroep tegen het uitblijven van een beslissing. De inspecteur deed daarna alsnog uitspraak op bezwaar. Rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van X tegen het uitblijven van een beschikking daarom niet-ontvankelijk. Het beroep tegen de alsnog genomen uitspraak op bezwaar nam de Rechtbank in een afzonderlijke procedure in behandeling. BV X ging in hoger beroep. Hof Arnhem-Leeuwarden besliste dat de Rechtbank niet alleen had moeten beslissen op het beroep tegen het niet-tijdig nemen van het besluit, maar ook op dat alsnog genomen besluit zelf en wees de zaak terug naar de Rechtbank om opnieuw op de zaak te beslissen. Rechtbank Noord-Nederland stelde BV X in het gelijk. De Rechtbank stelde vast dat BV X de volgende gegevens in haar administratie had opgenomen: (1) een kopie van het identiteitsbewijs en de verblijfsvergunning van A Kft, (2) kopieën van de identiteitsbewijzen van F en G, (3) een machtiging van F om namens A Kft op te treden, voorzien van een stempel van A Kft, (4) een kopie van de oprichtingsakte van A Kft, (5) een bewijs van inschrijving van A Kft in de Hongaarse KvK, en (6) een volmacht van D en zijn gelegaliseerde handtekening. BV X had aan de hand van deze documenten geverifieerd dat D daadwerkelijk bestuurder was van A Kft. Verder bleek uit de oprichtingsakte dat A Kft beschikte over een startkapitaal van € 9.000 en volgde uit een controle van het systeem voor uitwisseling van BTW-informatie (VIES) dat het BTW-nummer van A Kft actief was ten tijde van de levering van alle auto’s. Verder beschikte BV X voor een deel van de transporten waarmee de geleverde auto’s waren vervoerd over CMR-vrachtbrieven waaruit niet bleek dat de auto’s ergens anders dan in Hongarije waren afgeleverd. Daarnaast had zij A Kft per e-mail gevraagd de ontvangst van de auto’s te bevestigen en daarop steeds een bevestigend antwoord van A Kft ontvangen. Volgens de Rechtbank had BV X bovendien (vrijwel) alle aanwijzingen opgevolgd die de Belastingdienst in het kader van een eerder onderzoek aan de f.e. had gegeven en had zij via door haar bedongen aanbetalingen de bankgegevens van A Kft gecontroleerd. Ook had zij diverse door A Kft gedane contante betalingen als ongebruikelijke transacties gemeld. De Rechtbank besliste dat BV X met deze controle- en verificatiehandelingen alles had gedaan wat redelijkerwijs van haar kon worden gevraagd om te zorgen dat zij door de leveringen aan A Kft niet betrokken zou raken bij BTW-fraude. Daaraan deed niet af dat het BTW-identificatienummer van A Kft achteraf bleek te zijn ingetrokken. BV X had daarom recht op toepassing van het nultarief voor de leveringen aan A Kft.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 11-06-2021