A-G: advocaat heeft afgeleid verschoningsrecht voor derdengeldrekening

Datum: 20 januari 2021

Mevrouw A boekte ultimo 2009 het saldo van haar KB Lux-bankrekening van € 436.000 over naar de derdengeldenrekening van haar advocaat X, die haar in diverse procedures had bijgestaan. In mei 2016 vroeg de Belastingdienst om informatie over de geldstromen, maar mevrouw A wilde die niet geven en X weigerde na overleg met de deken van de Orde van Advocaten om inzage te geven in de derdengeldenrekening. De Belastingdienst spande een kort geding aan tegen mevrouw A en advocaat X. De voorzieningenrechter van Rechtbank Limburg besliste dat mevrouw A op straffe van een dwangsom binnen twee weken de gevraagde informatie moest verstrekken, maar advocaat X beriep zich volgens de Rechtbank terecht op zijn verschoningsrecht en geheimhoudingsplicht. De Belastingdienst ging in hoger beroep. Hof Den Bosch stelde de Belastingdienst in het gelijk voor zover het ging om de storting(en) op de derdengeldrekening en de saldi op 1 januari van ieder belastingjaar. Het Hof besliste echter dat de Stichting derdengelden van X op grond van artikel 11a Advocatenwet wel een afgeleid verschoningsrecht had. De staatssecretaris van Financiën ging in cassatie en stelde dat X informatie moest verschaffen over betalingen vanaf zijn derdengeldenrekening. A-G mevrouw Wesseling-van Gent heeft een conclusie genomen en de Hoge Raad geadviseerd om het cassatieberoep ongegrond te verklaren. Volgens de A-G was het aan de advocaat zelf om te beoordelen of wat aan hem was medegedeeld, gold als aan hem toevertrouwd en dus of en in hoeverre hem een verschoningsrecht toekwam. Als de advocaat zijn beroepsgeheim schond en de verstrekking van informatie dus onrechtmatig was, was het mogelijk dat de advocaat hiervoor civiel- tucht- en strafrechtelijk (art. 272 Sr) aansprakelijk werd gesteld. In dit geval had X advies gevraagd aan twee dekens die hem na landelijk overleg hadden geadviseerd om géén medewerking te verlenen aan de verzoeken van de Belastingdienst. De beperkte informatieplicht voor notarissen voor bepaalde gegevens betreffende de derdengeldenrekening gold volgens het op 23 juli 2020 voor internetconsultatie gepubliceerde wetsvoorstel tot verduidelijking en aanpassing van het wettelijke fiscale verschoningsrecht niet voor advocaten. Noch de wettekst, noch de wetsgeschiedenis van artikel 53a AWR, noch enige andere regeling bood volgens de A-G steun voor de opvatting dat het verschoningsrecht van de advocaat niet zou gelden voor een derdengeldenrekening. Ook voor zover het ging om informatie over een derdengeldenrekening kwam aan een advocaat dus in beginsel een verschoningsrecht toe omdat de huidige ruime geheimhoudingsplicht van advocaten zich ook uitstrekte tot informatie die betrekking had op een derdengeldenrekening van de advocaat.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.