Afwijking van gasolie in tanks van binnenvaartschipper geen reden voor weigering bunkervrijstelling

Datum: 20 januari 2021

BV X kreeg een naheffingsaanslag accijns van minerale oliën van € 12.135 met een verzuimboete van 10% nadat bij een controle van de bunkertanks van haar binnenvaartschip was gebleken dat de gasolie minder dan het minimum voorgeschreven gehalte Solvent Yellow 124 bevatte. BV X had volgens de inspecteur de herkomst van de gasolie niet aangetoond, zodat volgens hem sprake was van het voorhanden hebben van een accijnsgoed buiten een accijnsschorsingsregeling zonder dat daarover accijns was betaald. BV X ging in beroep, maar Rechtbank Den Haag volgde het standpunt van de inspecteur dat over de aangetroffen gasolie accijns was verschuldigd, omdat BV X niet met herkomstbescheiden had aangetoond dat over de gasolie accijns was geheven of dat deze al eerder met vrijstelling van accijns was uitgeslagen en aan het schip was geleverd. BV X ging met succes in hoger beroep. Hof Den Haag nam aan dat de aangetroffen en door de inspecteur in de heffing van accijns betrokken bunkerolie uitsluitend was en werd gebruikt voor de voortstuwing van het schip in overeenstemming met de ratio van de bunkervrijstelling die in het leven was geroepen om binnenvaartschepen op grond van de Rijnvaartakte op de Uniebinnenwateren te laten varen zonder dat accijns drukte op de bunkerolieprijs. Het Hof nam ook aan dat BV X bunkerolie had gebunkerd bij als regulier te kwalificeren leveranciers die voor de kwaliteit, de samenstelling en de kenmerken van de olie instonden. BV X mocht er volgens het Hof dan ook op vertrouwen dat de bunkerolie voldeed aan de eisen voor de bunkervrijstelling. Er was volgens het Hof geen enkele aanwijzing dat de bunkerolie voorwerp van misbruik of fraude was of was geweest. Het Hof concludeerde dat door het gebruik van de bunkerolie voor de voortstuwing van het schip, was voldaan aan de materiële voorwaarde voor de toepassing van de bunkervrijstelling. De gevolgen die de inspecteur verbond aan de toetsing en de toepassing van de 6-tot-9-milligram-Solvent-Yellow-124-per-liternorm was volgens het Hof een zuiver formeel vereiste ter vermijding van misbruik en fraude, die in dit geval achterwege moesten blijven. Het Hof verklaarde het hoger beroep van BV X gegrond en vernietigde de naheffingsaanslag. (De staatssecretaris is hiertegen in cassatie gegaan.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.