Schuldbewindvoering volgens Hof Den Haag vrijgesteld van BTW

Datum: 18 januari 2021

De activiteiten van bedrijf X bestonden uit bewindvoering. Zij was bij beschikking door de kantonrechter aangewezen als bewindvoerder en ontving voor haar werkzaamheden een vergoeding. De inspecteur was van mening dat de activiteiten van X niet onder de sociaal-culturele vrijstelling van artikel 11, lid 1, onderdeel f, Wet OB vielen en legde naheffingsaanslagen BTW op. X ging in beroep. Rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van X ongegrond. X ging met succes in hoger beroep. Hof Den Haag stelde X in het gelijk. Volgens het Hof waren de werkzaamheden van X niet anders te kwalificeren dan als prestaties die waren te rangschikken onder de vrijstelling van artikel 11, lid 1, onderdeel f, Wet OB, zowel op grond van de tekst van de nationale bepalingen als op grond van de kennelijke bedoeling van de aan de nationale vrijstelling ten grondslag liggende richtlijnbepaling, die sprak van diensten die nauw samenhingen met maatschappelijk werk en met sociale zekerheid. De werkzaamheden van X die naar het karakter en de inhoud van sociale aard waren, waren volgens het Hof te kwalificeren als door een instelling als zodanig verrichte diensten van schuldhulpverlening. Volgens het Hof moesten de werkzaamheden, ook door de onderlinge verwevenheid, als een eenheid worden aangemerkt en vormden deze voor de heffing van BTW zowel afzonderlijk als tezamen, gelet ook op aard, inhoud en samenhang, met maatschappelijk werk nauw samenhangende werkzaamheden. Het doorslaggevende element in het karakter van de werkzaamheden werd vooral gevormd door de opzet en de bedoeling van de op basis van de betrokken regelgeving uitgevoerde als schuldhulpverlening aan te merken activiteiten, te meer omdat de werkzaamheden waren gericht op het verlenen van hulp aan de betrokken personen bij het weer op de rit krijgen van het dagelijkse leven waar het de aanpak en de oplossing van problemen betrof in gevallen waarin het ging om voor de betrokkenen onoverkomelijke schuldproblemen en waar hulp zoals door X werd geboden onontbeerlijk was. Het Hof verklaarde het hoger beroep van X gegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.