Geen souplesse voor NOW 1 bij onbekende loonsom op peildatum

Datum: 12 januari 2021

X vroeg op 6 april 2020 om een tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de NOW 1 voor zijn eenmanszaak. Het UWV wees de aanvraag af omdat werd uitgegaan van de gegevens uit de loonaangifte en aanvullingen daarop over januari 2020 die waren ingediend op de peildatum van uiterlijk 15 maart 2020. Op de peildatum had de onderneming van X volgens het UWV geen loonsom. Correctieberichten van na de peildatum werden niet meer meegenomen bij de bepaling van de loonsom. X ging in beroep en stelde dat hij op het moment van de aanvraag voor de NOW 1 nog geen loonaangifte kon doen omdat hij nog niet over de benodigde gegevens, waaronder een sectorcode, beschikte. Rechtbank Den Haag stelde het UWV echter in het gelijk. De in artikel 10, lid 5, NOW 1 genoemde peildatum van 15 maart 2020 was een harde datum waarvan niet kon worden afgeweken. De wetgever had er bewust voor gekozen om in de NOW 1-regeling geen hardheidsclausule op te nemen. Het UWV had op de zitting toegelicht dat in uitzonderingsgevallen wel van de peildatum kon worden afgeweken als er op uiterlijk 15 maart 2020 bij de Belastingdienst uitstel was gevraagd voor het doen van loonaangifte, de Belastingdienst hiermee akkoord was gegaan en het niet kunnen doen van aangifte het gevolg was geweest van een calamiteit. X kon volgens de Rechtbank echter geen beroep doen op dit buitenwettelijk begunstigend beleid, omdat hij pas op 2 mei 2020 om uitstel had gevraagd bij de Belastingdienst. De aanvraag was terecht afgewezen.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 07-05-2021