DGA bewees vorderingen op failliete BV niet: geen aftrek tbs-verlies

Datum: 12 januari 2021

X was directeur-grootaandeelhouder van BV A die enig aandeelhouder en bestuurder was van BV B. Volgens een bij de Belastingdienst in 2013 geregistreerde schuldbekentenis had BV B € 196.960 renteloos geleend van X en diens partner. BV B werd in december 2013 failliet verklaard. X claimde vervolgens aftrek van een negatief resultaat uit ter beschikking stellen van vermogen (tbs) van € 166.393, maar de inspecteur ging daar niet mee akkoord. X ging in beroep, maar Rechtbank Gelderland verklaarde het beroep ongegrond. De Rechtbank was het met de inspecteur eens dat uit de feiten en omstandigheden het vermoeden rees dat X in 2015 geen vorderingen (meer) had op BV B of BV A. Zo ontbrak een duidelijk overzicht van de geldverstrekkingen waaruit de stand en aard van de leningen ultimo 2015 bleek, en waren de geldverstrekkingen niet als leningen op de balans van BV B of BV A opgenomen en waren deze ook niet in de aangiften IB van X verwerkt. De Rechtbank geloofde niet dat dit volledig het gevolg was van fouten van de toenmalige accountant. Een geldlening van de schoonouders stond wél op de balans vermeld en de vordering op een andere BV waarin X een aanmerkelijk belang had, stond eerder ook vermeld in box 1 van zijn aangifte IB. X had dus kennis van hoe dit soort leningen administratief en fiscaal moesten worden verantwoord. Dit had voor hem aanleiding moeten zijn om vragen te stellen aan zijn accountant over hoe de door hem en zijn partner verstrekte leningen waren verwerkt. X had volgens de Rechtbank het vermoeden dat de geldverstrekkingen in 2015 al waren terugbetaald niet kunnen weerleggen en daarom niet aannemelijk gemaakt dat de vorderingen in 2015 nog bestonden en zouden kunnen worden afgewaardeerd. Ook kon X niet vertrouwen op de registratie van de schuldbekentenis bij de Belastingdienst. De inspecteur had namelijk niets anders gedaan dan de schuldbekentenis registeren en had dit meteen aan X bevestigd onder retourzending van de schuldbekentenis. X had er daarom niet van uit mogen gaan dat in die korte tijd de inspecteur een onderzoek naar de juistheid van de inhoud van de schuldbekentenis had kunnen uitvoeren.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 22-01-2021