Roemeens bedrijf moest A1-verklaringen en loonstroken verstrekken

Datum: 11 januari 2021

Bouwbedrijf BV X huurde personeel in uit Roemenië. Zij sloot daarvoor begin 2019 een inhuurovereenkomst met het Roemeense bedrijf Y SRL. Daarin verklaarde Y SRL dat zij haar (BTW- en LB-)verplichtingen tegenover de Belastingdienst en de Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid stipt zou nakomen en dat zij BV X vrijwaarde voor alle aanspraken en verplichtingen tot betaling van belastingen en premies. In september 2020 liet BV X schriftelijk aan Y SRL weten dat een groot aantal zaken hadden plaatsgevonden die niet strookten met de inhuurovereenkomst, zo waren er mensen aan het werk waarvoor geen A1-verklaring was afgegeven en had BV X geen andere verklaringen waaruit bleek dat er op correcte verloning en afdrachten hadden plaatsgevonden. BV X spande een kort geding aan tegen Y SRL en vorderde bewijsstukken van aangifte en betaling van LB en sociale verzekeringspremies voor alle 57 ingehuurde werknemers. De voorzieningenrechter van Rechtbank Amsterdam stelde vast dat BV X en Y SRL van mening verschilden of sprake was van inlening of doorlening van werknemers, en over de vraag of dit onderscheid al dan niet van belang was voor de inhoudingsplicht in Nederland. Deze vraag kon niet in het kort geding worden beantwoord. Ook voor de sociale premies kon in het kort geding niet kon worden vastgesteld wie van de 57 werknemers korter of langer dan twee jaar in Nederland had gewerkt, of de werknemers voorafgaand aan hun werk in Nederland al onder de sociale zekerheidswetgeving van Roemenië vielen en of de feitelijk werkgever (Y SRL) ook in Roemenië substantiële activiteiten uitoefende. De voorzieningenrechter concludeerde dat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld over welke documenten partijen moesten beschikken. Wel was volgens de voorzieningenrechter essentieel dat BV X, als bewijs dat aan de betalingsverplichtingen in een ander EU-land was voldaan, beschikte over de A1-verklaringen voor alle 57 werknemers omdat BV X als inlener of doorlener hoofdelijk aansprakelijk was voor zowel de belastingafdracht als de premies sociale verzekeringen. De voorzieningenrechter wees de vordering tot afgifte van deugdelijke A1-verkaringen dan ook toe. Ook had BV X een spoedeisend belang bij afgifte van de loonstroken van de 57 werknemers, omdat buitenlandse werknemers op grond van de CAO Bouw recht hadden op bepaalde minimumrechten en het Ministerie van SZW kon controleren of een inlener hieraan voldeed. Als de inlener de betreffende gegevens niet kon verstrekken, kon zij een boete krijgen.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 22-01-2021