Drie dagen reactietermijn bij verduisteringsvrees voor carrouselfraude met bloemen niet te kort

Datum: 7 januari 2021

BV X dreef een groothandel in bloemen en planten die zij inkocht op bloemenveilingen in Nederland en verkocht aan Hongaarse bedrijven. Op al deze leveringen paste BV X het nultarief toe wegens intracommunautaire leveringen. Lopende het boekenonderzoek legde de ontvanger in verband met signalen van BTW-carrouselfraude uit Hongarije na toestemming van de voorzieningenrechter conservatoir beslag voor een vordering van € 1,2 mln voor nog op te leggen naheffingsaanslagen BTW. Op 10 maart 2016 werd een conceptcontrolerapport aan BV X gestuurd en op 14 maart 2016 werden over 2011-2015 naheffingsaanslagen BTW opgelegd. BV X ging in beroep. Rechtbank Noord-Holland was het met haar eens dat het verdedigingsbeginsel was geschonden omdat BV X met één werkdag als reactietermijn niet haar standpunt met betrekking tot de naheffingsaanslagen naar behoren kenbaar had kunnen maken. Ten overvloede besliste de Rechtbank dat de inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat BV X niet voldeed aan de materiële voorwaarden voor toepassing van het nultarief omdat sprake zou zijn van betrokkenheid bij BTW-fraude. De inspecteur ging in hoger beroep. Hof Amsterdam was het met de Rechtbank eens dat de reactietermijn (3 dagen inclusief een weekend) tussen het toesturen van het controlerapport en het opleggen van de naheffingsaanslagen voor BV X te kort was om haar standpunt naar behoren kenbaar te kunnen maken. Deze inbreuk op het verdedigingsbeginsel was volgens het Hof echter gerechtvaardigd omdat de inspecteur aannemelijk had gemaakt dat er een gegronde vrees voor verduistering was omdat het ging (1) om BTW-fraude waarbij ook (voormalig) aandeelhouders van BV X van betrokkenheid werden verdacht, met (2) snel wisselende afnemers die (3) in staat waren om snel te schakelen en (4) de bestuurder maar beperkte invloed op en inzicht in het handelen van BV X had, omdat hij carte blanche had verleend aan Hongaren om naar eigen inzicht namens BV X bloemen te kopen én te betalen op Nederlandse bloemenveilingen. Vervolgens besliste het Hof inhoudelijk dat de naheffingsaanslagen terecht waren opgelegd. Ook als was voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor toepassing van het nultarief voor de leveringen, kon het nultarief op grond van het eindarrest in de zaak Turbu.com toch worden geweigerd omdat BV X had moeten weten van de BTW-fraude; er was alle reden voor een verhoogde zorgplicht, terwijl BV X zich, al dan niet bewust, in een positie had gemanoeuvreerd waarin zij in wezen de bedrijfsvoering uit handen had gegeven aan derden en tegelijkertijd geen (toe)zicht hield op het handelen van die derden. Door haar handelen/nalaten had de fraude in de keten jarenlang kunnen doorgaan en had de Hongaarse belastingdienst veel BTW-inkomsten gederfd. Het Hof verklaarde het hoger beroep van de inspecteur gegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 22-01-2021