Iack bij co-ouderschap door duurzame gelijke verdeling zorg voor kinderen

Datum: 26 november 2020

X en zijn ex-echtgenote ondertekenden in augustus 2011 een echtscheidingsconvenant met een ouderschapsplan voor hun twee kinderen. De kinderen gingen bij hun moeder wonen en verbleven om de week van donderdagmiddag tot dinsdagochtend bij hun vader X. De vakanties en feestdagen werden onderling verdeeld. In zijn aangifte IB 2016 claimde X de inkomensafhankelijke combinatiekorting (iack), maar de inspecteur ging daar niet mee akkoord omdat de kinderen niet doorgaans ten minste drie gehele dagen per week in elk van beide huishoudens verbleven. X ging in beroep en stelde dat in afwijking van de gemaakte afspraken in het echtscheidingsconvenant de kinderen in 2016 feitelijk zes of meer dagen per 14 dagen tot zijn huishouden behoorden. Rechtbank Noord-Holland stelde X in het gelijk. Uit een arrest van de Hoge Raad van 13 maart 2020 volgde dat de iack ook kon worden toegepast als de zorg voor de kinderen gelijkelijk tussen ouders werd verdeeld in een ander duurzaam ritme dan het criterium van doorgaans ten minste 3 tot 3,5 dag per week. Uit een door X overgelegd overzicht bleek dat de kinderen in 2016 162 dagen bij X verbleven en dat was meer dan 3/7e deel van de 365 dagen in een jaar. Het door de Hoge Raad geformuleerde vereiste van duurzaamheid zag volgens de Rechtbank op het feit dat de zorg min of meer gelijkelijk moest zijn verdeeld en niet zozeer op het ritme waarin dit gebeurde. Een andere uitleg zou meebrengen dat co-ouders met zeer wisselende en onregelmatige werktijden die bijvoorbeeld aan het begin van elke maand bekeken welke gelijkelijke verdeling van de zorg die maand het beste uitkwam niet beiden recht hadden op de iack. Deze uitleg zou niet in lijn zijn met de uitgangspunten van de wetgever. De Rechtbank verklaarde het beroep van X gegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 22-01-2021