Kitesurfen en modellenwerk hing wel samen, maar was géén onderneming

Datum: 17 november 2020

X was professioneel kitesurfer en deed daarnaast modellenwerk. De activiteiten van zijn eenmanszaak bestonden uit coaching op het gebied van topsport, uit het geven van demo’s en clinics en uit modellenwerk. In 2015 had X tien opdrachten bij drie verschillende modellenbureaus, waarmee hij € 8.373 verdiende. Voor het kitesurfen ontving hij in 2015 van twee sponsoren € 8.406. Verder ontving X in 2015 € 200 voor het verzorgen van twee dagen coaching. In zijn aangifte IB 2015 vermeldde X een winst uit onderneming van € 13.377 en claimde de zelfstandigen- en starteraftrek. Volgens zijn urenoverzicht had hij in dat jaar aan de kitesurfactiviteiten en het modellenwerk in totaal 1.753 uur besteed, inclusief vluchturen. De inspecteur vond echter dat geen sprake was van een onderneming en belastte de inkomsten van X als resultaat uit overige werkzaamheden en schrapte de zelfstandigen- en starteraftrek. Het kitesurfen en het modellenwerk waren volgens de inspecteur twee afzonderlijke activiteiten, omdat de aard van de activiteiten en de klantenkring niet bij elkaar aansloten. X ging in beroep en stelde dat sprake was van samenhangende activiteiten die één objectieve onderneming vormden. Hij werd voor het modellenwerk voornamelijk ingezet als kitesurfer en niet zozeer als fashionmodel. Hof Den Bosch was het met X eens dat er voldoende samenhang was tussen het kitesurfen en het modellenwerk, gelet op de aard van de activiteiten, de economische/commerciële verbondenheid en de beoogde doelgroep. Het modellenwerk was verbonden met zijn kwaliteiten en activiteiten als kitesurfer. Als hij zou stoppen met zijn activiteiten als kitesurfer dan zou hij ook geen opdrachten als model meer krijgen. De kitesurfactiviteiten en het modellenwerk vormden volgens het Hof echter geen onderneming in de zin van de Wet IB 2001. Bij een modellenbureau moest het model zich doorgaans schikken naar de wensen van de opdrachtgever. De inkomsten uit de kitesurfactiviteiten bestonden voornamelijk uit sponsorbijdragen. Het aantal opdrachtgevers en de behaalde opbrengsten waren volgens het Hof te gering om te beslissen dat de activiteiten een onderneming vormden. Bovendien waren de zelfstandigheid en het ondernemersrisico onvoldoende aannemelijk gemaakt. De inkomsten moesten worden aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden en X had daarom geen recht op de zelfstandigen- en starteraftrek.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 04-12-2020