Streep door aanslagen vermakelijkhedenbelasting Beverwijkse Bazaar

Datum: 28 oktober 2020

Het hallencomplex van Beverwijkse Bazaar BV was een grotendeels overdekt winkelcentrum, dat in de weekenden was opengesteld voor publiek en ieder weekend door ongeveer 40.000 bezoekers werd bezocht. De BV verhuurde de winkel- en horecaruimten in haar hallencomplex aan derden. In het complex vonden regelmatig optredens van artiesten plaats en werden activiteiten voor kinderen georganiseerd (ponyrijden, trampolinespringen, kermisattracties, etc.). De BV kreeg over 2012 en 2015 aanslagen vermakelijkhedenretributie van respectievelijk € 109.878 en € 217.160. De BV ging in beroep, maar Rechtbank Noord-Holland handhaafde de aanslagen. Volgens de Rechtbank moesten de activiteiten die de BV aanbood, worden aangemerkt als een vermakelijkheid als bedoeld in artikel 229, lid 1, onderdeel c, Gemeentewet. De activiteiten behelsden volgens de Rechtbank meer dan alleen het verhogen van de belevingswaarde van het winkelen, maar waren ook bedoeld om het publiek amusement, verstrooiing, ontspanning of vermaak te verschaffen. De gemeente had volgens de Rechtbank ook aannemelijk gemaakt dat De BV profijt had van de door de gemeente geboden voorzieningen. De BV ging met succes in hoger beroep. Hof Amsterdam besliste dat de aanslagen ten onrechte waren opgelegd omdat er geen sprake was van het geven van vermakelijkheden door de BV. Hoewel de definitie van het begrip vermake-lijkheid ruim was, leed het volgens het Hof geen twijfel dat het enkel bieden van gelegenheid om te winkelen en voedsel te nuttigen op zichzelf niet kwalificeerde als het "geven van vermakelijkheden", ook niet als honderden ondernemers hun activiteiten, bestaande uit het verkopen van waren en voedsel, uitoefenden in bij elkaar gelegen bedrijfsruimten en hallen en daardoor een aantrekkelijker klimaat voor winkelen en het nuttigen van voedsel werd gecreĆ«erd. De gemeente had volgens het Hof met het enkel overleggen van prints van de website van de BV uit 2017 niet aannemelijk gemaakt dat de BV in 2012 zodanige activiteiten organiseerde dat De Bazaar op grond daarvan als vermakelijkheid gekwalificeerd zou kunnen worden. Het Hof vernietigde de aanslagen.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 04-12-2020