Aidspatiënt recht op aftrek van 5 gram per dag aan zelfgekweekte en in illegale circuit gekochte cannabis

Datum: 22 oktober 2020

Tijdens zijn werk op de intensive care liep X in 1993 een acute HIV-infectie op. In 1994 werd bij hem aids vastgesteld. Om de bijwerkingen van zijn medicijnen tegen te gaan, gebruikte hij 5 gram cannabis per dag. X had diverse soorten via de apotheek verkrijgbare cannabis geprobeerd, maar geen daarvan had bij hem effect. Hij kweekte daarom zelf cannabis. Bij politie-invallen in 2014 en 2015 werden alle hennepplanten, kweekbenodigdheden en henneptoppen in beslag genomen. In een kort geding veroordeelde Rechtbank Amsterdam de Staat wegens onrechtmatig handelen tot een vergoeding van 675 gram cannabis (105 dagen, vermeerderd met 30 dagen reservevoorraad, maal 5 gram per dag) plus een vergoeding van de kosten van de installatie van een nieuwe kweektent. In zijn aangifte IB 2015 claimde X aftrek van € 10.509 aan specifieke zorgkosten voor medicijnen. Het ging om kosten van de zelfgekweekte cannabis, de aankoop van cannabis op de illegale markt en kosten van niet -vergoede cannabis via de apotheek. De aanslag werd vervolgens conform de aangifte opgelegd. In bezwaar verzocht X aftrek van een eerder vergeten bedrag van € 4.950 met betrekking tot via het illegale circuit aangeschafte cannabis voor de maanden januari, februari en maart 2015. De inspecteur antwoorde dat de zelfgekweekte en aangekochte cannabis anders dan op doktersvoorschrift bij de apotheek niet kon worden aangemerkt als farmaceutisch hulpmiddel in de zin van artikel 6.17, lid 1, sub c, Wet IB. Aangezien het volgen van de aangiften bij X mogelijk vertrouwen had gewekt, besloot de inspecteur dit met ingang van 1 juli 2018 op te zeggen. Toen X in beroep ging, stelde de inspecteur dat aftrek van kosten voor de zelfgekweekte cannabis op grond van een arrest van de Hoge Raad van 4 oktober 2019 mogelijk was. Hij berekende de hoogte van deze kosten op € 1.830. Met betrekking tot de aangekochte cannabis ging de inspecteur akkoord met een aftrek en een prijs van € 11 per gram. Rechtbank Noord-Holland besliste dat X op geen enkele manier aannemelijk had gemaakt dat en in hoeverre de uitgaven ter zake van de kweek uitstegen boven het door de inspecteur als redelijk erkende bedrag van € 1.830. Wat betreft de in het illegale circuit gekochte cannabis besliste de Rechtbank dat X alleen recht had op een aftrek voor de maanden januari, februari en maart 2015, en kwam aldus op een aftrek van 90 x 5 x € 11 = € 4.950. De Rechtbank besliste vervolgens dat de gang van zaken rondom de aanslagregeling 2015 bij X de indruk had kunnen wekken dat de inspecteur daarin het weloverwogen standpunt had ingenomen dat € 7.440 aftrekbaar was ter zake van de zelfkweek van cannabis. De door de inspecteur bepleite interne compensatie met betrekking tot dat standpunt kwam volgens de Rechtbank in strijd het vertrouwensbeginsel. De Rechtbank was het ook niet met X eens dat hij op grond van het vertrouwensbeginsel recht had op een hoger bedrag aan aftrek dan € 4.950. Door de bijzondere omstandigheden in dit jaar waarin X tot twee maal toe werd geïnterrumpeerd door overheidsingrijpen, kon X niet zonder meer vertrouwen ontlenen aan de aanslagregeling voor de daaraan voorafgaande jaren. De Rechtbank berekende het door X in aftrek te brengen bedrag ter zake van farmaceutische hulpmiddelen op € 7.440 + € 198 + € 4.950 = € 12.588.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 11-06-2021