Kilometerstand auto bepalend voor BPM “gebruikt” of “nieuw”

Datum: 16 oktober 2020

Autohandelaar BV X deed in april 2014 aangifte BPM voor tien Fiats die eind 2013 in Duitsland voor het eerst waren toegelaten tot de openbare weg. De kilometerstanden op de tellers van de auto’s varieerden van 1 tot en met 74 km, waarbij de meeste auto’s minder dan 10 km hadden gereden. De inspecteur vond dat sprake was van nieuwe auto’s en legde een naheffingsaanslag BPM op. Ook particulier Y kreeg een naheffingsaanslag BPM voor een auto uit Oostenrijk. Op de teller van de auto stond minder dan 22 km. Bij het transport van de auto was schade aan de voorzijde ontstaan. BV X en Y gingen in beroep, maar Hof Arnhem-Leeuwarden stelde de inspecteur in de beide zaken in het gelijk. BV X en Y gingen in cassatie. De Hoge Raad besliste in de beide zaken dat met een "gebruikte" personenauto in de zin van artikel 10, lid 1, Wet BPM was bedoeld de personenauto die in het buitenland geregistreerd was geweest met het oog op toelating op de weg en die ook daadwerkelijk aldaar op de weg in gebruik was geweest. Dat een personenauto door de (ver)koper daadwerkelijk in het buitenland op de weg in gebruik was geweest, viel volgens de Hoge Raad op te maken uit het aantal gereden kilometers van de auto. Dat een personenauto eerder in een andere lidstaat geregistreerd was geweest, dat sinds de vervaardiging van de auto zodanige tijd was verstreken dat de fabrieksgarantie was verlopen, dat het ging om een verouderd model personenauto, of dat een personenauto voorafgaande aan de eerste ingebruikneming op de weg schade in welke vorm dan ook had opgelopen, betekende volgens de Hoge Raad niet dat die personenauto daadwerkelijk op de weg in gebruik was geweest. In dit geval werd bij registratie in het Nederlandse kentekenregister van een nieuwe personenauto die was overgebracht vanuit een andere lidstaat geen hogere binnenlandse belasting (BPM) geheven dan die welke, al dan niet rechtstreeks, ter zake van een gelijksoortige, nieuwe personenauto werd geheven. De Hoge Raad verklaarde de beroepen in cassatie van BV X en Y ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.