Ruis in aangifteprogramma fiscus voor rekening DGA

Datum: 16 september 2020

Directeur-grootaandeelhouder (DGA) X was in 2017 in dienst bij BV A en werkte deels in Suriname en deels in Nederland. Hij gaf in zijn IB-aangifte 2017 een box 1-inkomen aan van € 65.477 en maakte vervolgens bezwaar tegen de aanslag omdat de inspecteur geen voorkoming van dubbele belasting had verleend. X verzocht daarbij om een proceskostenvergoeding (PKV) en een vergoeding van belastingrente en vroeg daarnaast te worden gehoord. De inspecteur verleende alsnog de gevraagde aftrek elders belast en verminderde de aanslag met € 13.897, maar het verzoek om een PKV en vergoeding van belastingrente wees hij af. X ging in beroep en herhaalde dat hij recht had op een PKV omdat de aanslag na zijn bezwaar was herzien door de tekortkomingen van het aangifteprogramma van de Belastingdienst. Ook vond hij had hij recht had op vergoeding van belastingrente omdat de teruggaaf meer dan 13 weken na indiening van de aangifte was verleend. Rechtbank Den Haag verklaarde het beroep tegen de uitspraak op bezwaar met betrekking tot de aanslag ongegrond, en het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om vergoeding van belastingrente niet-ontvankelijk. X ging in hoger beroep en stelde dat de gebreken in de aangiftesoftware voor rekening van de inspecteur moesten komen, maar Hof Den Haag was dat niet met hem eens. Het Hof was het met de Rechtbank eens dat de inspecteur na normale zorgvuldige kennisname van de aangifte en bij een zorgvuldige voorbereiding van de opgelegde aanslag niet tot de conclusie had moeten of kunnen komen dat een bedrag aan voorkoming van dubbele belasting had moeten worden toegekend. Door voor zijn jaarinkomen in de aangifte geen splitsing aan te brengen tussen binnenlands en buitenlands inkomen en geen voorkoming te claimen in het betreffende jaar (2017) had X de aangifte niet juist ingevuld. Door deze wijze van invullen was voor de inspecteur geen bedrag aan voorkoming dubbele belasting zichtbaar en kon en hoefde hij hiermee geen rekening te houden bij het opleggen van de aanslag. Daaraan deed niet af dat in het aangiftesysteem en op de eigen kopie van X wél een bedrag aan tegemoetkoming werd getoond. De inspecteur had volgens het Hof aannemelijk gemaakt dat X de aangifte op meerdere plaatsen niet juist had ingevuld waardoor de aanslag in eerste instantie niet anders kon worden vastgesteld, namelijk zonder rekening te houden met de voor de Belastingdienst niet te onderkennen toepasselijke regeling ter voorkoming van dubbele belasting. Verder had de Rechtbank had het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om vergoeding van belastingrente ongegrond moeten verklaren in plaats van niet-ontvankelijk. Het Hof verklaarde het hoger beroep van X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 25-09-2020