Belastingplan 2021

Datum: 15 september 2020

In het Belastingplan 2021 staan maatregelen die tenzij anders aangegeven, op 1 januari 2021 ingaan. Aan het Belastingplan 2021 ontlenen wij het volgende:

  • Het maximumbedrag van de ouderenkorting wordt verhoogd met € 55.
  • De inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) wordt verlaagd met € 113, om vervolgens in 2022 weer te worden verhoogd met € 77.
  • Vanaf 1 januari 2021 wordt de zelfstandigenaftrek van thans € 7.030 tot en met 2027 verlaagd met € 360 per jaar (in plaats van met € 250 per jaar) en per 1 januari 2028 met € 390 (in plaats van met € 280), en in de jaren daarna met € 110 tot uiteindelijk € 3.240 in 2036.
  • De arbeidskorting wordt verhoogd met € 179.
  • Op basis van de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS) kon een gedupeerde onderneming onder voorwaarden aanspraak maken op een tegemoetkoming in de schade die is geleden door de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van het coronavirus. In verband met de duur van de coronamaatregelen is deze regeling opgevolgd door de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (Subsidie vaste lasten). Vooruitlopend op wetgeving is in een beleidsbesluit geregeld dat deze vergoedingen niet tot de winst behoren, zodat heffing van inkomsten- of vennootschapsbelasting hierover wordt voorkomen. De vrijstelling wordt nu met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2020 gecodificeerd.
  • Met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2020 wordt de vanaf die datum toegepaste fiscale behandeling gecodificeerd van de bonus die wordt toegekend op basis van de Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19. Deze regeling is bedoeld om zorgprofessionals die in hun werk direct of indirect de gevolgen van de uitbraak van het coronavirus hebben ondervonden een bonus te geven van € 1.000 netto, zonder gevolgen voor de heffing van inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen en zonder dat deze bonus gaat behoren tot het inkomen dat relevant is voor inkomensafhankelijke regelingen zoals toeslagen.
  • Met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2020 wordt de vanaf die datum toegepaste fiscale behandeling van de Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (TOFA) gecodificeerd. De tegemoetkoming wordt behandeld als loon uit vroegere dienstbetrekking.
  • Voor een zonnecelauto bedraagt de korting op de bijtelling 10% van de cataloguswaarde.
  • De gerichte vrijstelling voor scholingskosten in de Wet LB gaat ook gelden voor vergoedingen en verstrekkingen ten behoeve van scholing die voortvloeien uit vroegere arbeid. De verruiming ziet op vergoedingen en verstrekkingen ten aanzien van het volgen van een opleiding of studie met het oog op het verwerven van inkomen en niet op vergoedingen en verstrekkingen voor onderhoud en verbetering van kennis en vaardigheden van de dienstbetrekking.
  • In het Besluit noodmaatregelen coronacrisis is goedgekeurd dat voor het jaar 2020 wordt uitgegaan van een vrije ruimte in de WKR die voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom 3% van dat deel van die fiscale loonsom bedraagt. Deze goedkeuring wordt met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2020 gecodificeerd.
  • Het percentage van 1,2% in de tweede schijf van de vrije ruimte in de WKR (het percentage dat geldt voor het restant van de fiscale loonsom vanaf € 400.000) wordt verlaagd naar 1,18%.
  • De fiscale coronareserve wordt gecodificeerd.
  • In de praktijk wordt gesignaleerd dat de renteaftrekbeperking van artikel 10a Wet Vpb die beoogt binnen concernverband grondslaguitholling door renteaftrek tegen te gaan, in toenemende mate effectief leidt tot een vrijstelling van negatieve rente en valutawinsten op grondslageroderende schulden. De renteaftrekbeperking van artikel 10a Wet Vpb wordt aangepast zodat deze niet langer tot een ongewenste vrijstelling kan leiden.
  • Het hoge Vpb-tarief blijft 25%. Het lage Vpb-tarief wordt verminderd van 16,5% naar 15%.
  • De eerste tariefschijf wordt verlengd naar € 245.000 in 2021 en naar € 395.000 in 2022.
  • Het effectieve tarief van de innovatiebox wordt verhoogd van 7% naar 9%.
  • De minimumkapitaalregel voor banken en verzekeraars wordt aangepast en de bankenbelasting wordt tijdelijk verhoogd.
  • Het belastbaar feit voor de BPM wordt vervroegd van (de facto) de tenaamstelling in het kentekenregister naar de inschrijving in het kentekenregister. In dat kader wordt ook het afschrijvingspercentage van een gebruikt motorrijtuig bepaald op basis van de toestand van het gebruikte motorrijtuig op het moment van het onderzoek naar de identiteit van het motorrijtuig door de Dienst Wegverkeer (RDW) voor de inschrijving. De inwerkingtreding is geregeld bij koninklijk besluit.
  • De CO2-schijfgrenzen worden verlaagd met 4,2%.
  • De tarieven, de belastingbedragen per gram/km CO2-uitstoot, met uitzondering van de vaste voet worden eerst geïndexeerd met de tabelcorrectiefactor voor 2021 (1,016) en vervolgens verhoogd met 4,38% om de belastinggrondslag aan te laten sluiten aan de (verwachte) technologische ontwikkelingen.
  • De CO2-grens voor de dieseltoeslag wordt aangescherpt van 80 gr/km naar 77 gr/km en het tarief voor de dieseltoeslag wordt verhoogd van € 78,82 naar € 83,59.
  • De Regeling verlaagd tarief in de energiebelasting (Postcoderoosregeling) wordt vervangen door een subsidieregeling.
  • Het verlaagde tarief in de energiebelasting voor elektriciteit geleverd aan openbare laadpalen wordt verlengd tot en met 2022. Ook geldt dat voor elektriciteit die wordt geleverd aan een oplaadinstallatie voor elektrische voertuigen die beschikt over een zelfstandige aansluiting tot en met 2022 geen tarief wordt vastgesteld voor de ODE (opslag duurzame energie).
  • Voor leveringen van elektriciteit aan een walstroominstallatie die aan de voorwaarden voldoet, gaat voor de energiebelasting een verlaagd tarief van € 0,0005 per kWh gelden en wordt voor de ODE geen tarief vastgesteld.
Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 25-09-2020