Informatiebeschikking voor privé-agenda van belastingadviseur intact

Datum: 14 september 2020

X dreef een accountants- en belastingadviesbureau in de vorm van een eenmanszaak. Naar aanleiding van een boekenonderzoek vroeg de inspecteur X om zijn privé-agenda te verstrekken over 2012 tot en met 2018 omdat daarin ook afspraken stonden voor het invullen van IB-aangiften voor particulieren. Volgens de inspecteur kwam het door X opgegeven aantal aangiften niet overeen met het aantal aangiften dat vanuit het IP-adres van X was gedaan. Toen X bleef weigeren zijn privé-agenda te verstrekken, nam de inspecteur een informatiebeschikking in verband met nog op te leggen navorderingsaanslagen IB en naheffingsaanslagen BTW over 2013 tot en met 2015. X ging in beroep. Rechtbank Zeeland-West-Brabant besliste dat de inspecteur zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de gegevens en bescheiden die hij had gevraagd van belang zouden kunnen zijn voor de belastingheffing. De Rechtbank was het niet met X eens dat het indienen van de aangiften van mensen uit zijn vriendenkring uitsluitend in de privésfeer plaatsvond en de privé-agenda daarom niet hoefde te worden overgelegd. Dit gold vooral omdat X hiervoor een vergoeding ontving. Ook als X hiervoor geen vergoeding kreeg, moest hij zijn privé-agenda verstrekken omdat die nog steeds van belang zou kunnen zijn voor de belastingheffing. De Rechtbank besliste verder dat het door X inzage geven in zijn privé-agenda geen inmenging was in zijn recht op respect voor zijn privéleven in de zin van artikel 8 EVRM. Daarnaast was er sprake van een legitiem doel. De Rechtbank verklaarde het beroep van X ongegrond en gaf hem vier weken de tijd om de gegevens te verstrekken.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 25-09-2020