Vanaf 4 augustus nieuwe beslagvrije voet bij boeten in bijstandszaken

Datum: 4 augustus 2020

De CRvB gaat bij het vaststellen van de hoogte van de boete in bijstandszaken niet meer uit van een beslagvrije voet van 90% maar van 95% van de toepasselijke bijstandsnorm. De CRvB loopt hiermee vooruit op de per 1 januari 2021 voorziene inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet. De CRvB besliste dit in een zaak waarin de gemeente de bijstandsgerechtigde X een boete had opgelegd, omdat hij volgens de gemeente zijn inlichtingenverplichting had geschonden door van de voorbereidende activiteiten van een op te zetten onderneming en de wijze van financiering daarvan geen tijdige en volledige melding te maken bij de gemeente. De gemeente besloot de bijstand in te trekken en terug te vorderen en legde daarbij een boete op van € 5.467. De boete was berekend op 10% van de voor X toepasselijke bijstandsnorm. X ging in beroep en stelde dat de gemeente bij de vaststelling van de boete een te hoog benadelingsbedrag als uitgangspunt had genomen. Rechtbank Zeeland-West-Brabant handhaafde de boete, maar de CRvB heeft de boete verlaagd naar aanleiding van het hoger beroep van X. De CRvB wees op de brief van 13 februari 2019 waarin de staatssecretarissen van SZW en van Financiën de Tweede Kamer opriepen om, anticiperend op de inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet, bij verrekening van schulden met de bijstandsuitkering uit te gaan van een beslagvrije voet van 95% van de bijstandsnorm. De inwerkingtreding hiervan was een aantal maal uitgesteld, omdat de processen en systemen nog niet gereed waren. Aangezien de wetgever voor de uitgestelde invoering van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet geen inhoudelijke, maar alleen praktische en technische gronden had (gehad) en om verschil met door bestuursorganen opgelegde boeten te voorkomen, besloot de CRvB conform de oproep van de staatssecretaris vanaf de datum van deze uitspraak vooruit te lopen op de invoering van deze wet. De CRvB ging daarom in de zaak van X niet uit van een beslagvrije voet van 90% van de toepasselijke bijstandsnorm, maar van 95%. De CRvB voegde daaraan toe dat zijn uitspraak tot gevolg heeft dat ook bestuursorganen die een boete opleggen en rechters in eerste aanleg die zelf een boete vaststellen vanaf nu zullen moeten anticiperen op de invoering van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet. De CRvB hield, anders dan de gemeente, rekening met de huidige financiële omstandigheden van X en ging vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet, uit van een beslagvrije voet van 95% in plaats van 90% waarvan de gemeente was uitgegaan. De CRvB verklaarde het beroep van X gegrond, deed de zaak zelf af en bepaalde zelf een (evenredige) boete van € 1.347,24.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.