A-G: uitzendregeling na tijdelijke terugkeer dochter in woning niet meer van toepassing

Datum: 31 juli 2020

Militair X werd in 2011 uitgezonden naar Turkije en direct aansluitend naar Italië. In januari 2014 kwam zijn echtgenote bij hem in Italië wonen. Hun dochter woonde voor haar studie op kamers maar verbleef in de weekenden vanwege een bijbaan in haar ouderlijk huis. Van 10 maart tot en met 7 mei 2014 was de woning het hoofdverblijf van de dochter en stond zij in afwachting van haar stage in Suriname ook ingeschreven op dat adres. In 2017 keerden X en zijn echtgenote terug naar Nederland en sindsdien woonden zij weer in de woning. De inspecteur corrigeerde de door X in 2014 en 2015 opgevoerde aftrek van eigenwoningrente. De woning was volgens de inspecteur vanaf 10 maart 2014 geen eigen woning meer. Hof Den Bosch was het daarmee eens. Het gebruik van de woning door de dochter moest worden aangemerkt als terbeschikkingstelling aan een derde. Hierdoor was de uitzendregeling vanaf 10 maart 2014 niet meer van toepassing en kon de woning niet meer als eigen woning worden gekwalificeerd, ook niet nadat de dochter de woning weer had verlaten. A-G Niessen heeft op het beroep in cassatie van X een conclusie genomen. De A-G wees op een arrest van 21 december 2012, waarin de Hoge Raad had beslist dat als derde in de zin van artikel 3.111, lid 6, onderdeel a, Wet IB 2001 moesten worden aangemerkt al diegenen die niet tot het huishouden van de belastingplichtige behoorden. Dat arrest was volgens de A-G vergelijkbaar met deze zaak, aangezien het daar ook een dochter betrof die terugkeerde naar de woning van haar uitgezonden vader, na zelf elders te hebben gewoond in verband met een studie. Doordat de dochter een studie had doorlopen als uitwonend student, behoorde zij volgens de A-G niet meer tot het huishouden van X. Daaraan deed de financiële afhankelijkheid van de dochter niet af. Dat de terugkeer van de dochter slechts tijdelijk was geweest onderstreepte volgens de A-G juist dat zij niet weer was gaan uitmaken van het huishouden van X. De A-G adviseerde de Hoge Raad het beroep in cassatie van X ongegrond te verklaren.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.