Hoger legesbedrag voor achteraf gevraagde omgevingsvergunning niet mogelijk

Datum: 30 juli 2020

X vroeg in mei 2019 bij de gemeente Heemskerk een omgevingsvergunning aan voor een schutting en ontving daarvoor een aanslag leges van € 557,73. Het bedrag aan leges was verhoogd met 30%, omdat het een achteraf ingediende aanvraag betrof voor de legalisering van de al geplaatste schutting. X was het niet eens met de verhoging en ging in beroep. Rechtbank Noord-Holland besliste dat om leges te mogen heffen sprake moest zijn van een door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte dienst als bedoeld in artikel 219, lid 1, onder b, Gemeentewet. De legesverhoging zag volgens de gemeente op extra werkzaamheden bij achteraf ingediende aanvragen, zoals een extra gesprek dat plaatsvond. Volgens vaste jurisprudentie van de ABRvS moest volgens de Rechtbank bij de voorbereiding van handhavingsbesluiten een evenredigheidstoets worden uitgevoerd. In het kader van deze evenredigheidstoets moest worden beoordeeld of een concreet uitzicht op legalisatie bestond. De betreffende werkzaamheden vonden volgens de Rechtbank plaats in het kader van deze evenredigheidstoets. De werkzaamheden moesten worden aangemerkt als werkzaamheden ter voorbereiding van een handhavingsbesluit en vielen daarmee binnen de op de gemeente rustende handhavingstaak. De werkzaamheden waren volgens de Rechtbank niet terug te voeren op aan X individueel verleende diensten. De verhoging van € 67,53 was ten onrechte aan X in rekening gebracht. De Rechtbank verklaarde het beroep van X gegrond en verminderde de legesaanslag tot € 490,20.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.