Verzoek om wraking rechter die gemachtigde weigerde niet succesvol

Datum: 30 juli 2020

Rechtbank Zeeland-West-Brabant weigerde in een tussenbeslissing van 28 januari 2020 de gemachtigde in een procedure tegen een naheffingsaanslag BPM met boete in verband met zijn structureel onnodig grievend taalgebruik en toonzetting. Mevrouw X diende op 24 juni 2020 een verzoek in tot wraking van de rechter van de enkelvoudige belastingkamer van de Rechtbank. Zij stelde dat de rechter de schijn voor vooringenomenheid had gewekt door haar gemachtigde te weigeren. Dat had volgens haar niet mogen gebeuren, zeker niet nu er ook een boete in geschil was. Ook vond mevrouw X het niet juist dat de rechter de zaak niet had willen terugwijzen naar de inspecteur om haar alsnog te horen. De wrakingskamer van Rechtbank-Zeeland-West-Brabant stelde voorop dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig geen grond kon vormen voor wraking: wraking was geen verkapt rechtsmiddel. Ook de motivering van de tussenbeslissing, of het ontbreken daarvan, kon geen grond vormen voor wraking. Dat was uitsluitend anders als de motivering van de (tussen)beslissing niet anders kon worden begrepen dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter. Vervolgens besliste de wrakingskamer dat het wrakingsverzoek van 24 juni 2020, bijna vijf maanden na de tussenbeslissing van 28 januari 2020, niet voldeed aan het tijdigheidsvereiste. Op grond van artikel 8:16, lid 1, Awb moest het verzoek om wraking worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, aan de verzoeker bekend waren geworden. De wrakingskamer verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk voor zover het zag op het weigeren van de gemachtigde en wees het verzoek voor het overige af. Het was niet gebleken dat het niet terugwijzen van de zaak naar de inspecteur om mevrouw X te horen, niet anders kon worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter. De bij mevrouw X bestaande vrees dat de rechter ten aanzien van haar vooringenomenheid koesterde, was volgens de wrakingskamer niet objectief gerechtvaardigd.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.