Student/ondernemer bewees uren voor TOZO-uitkering niet

Datum: 29 juli 2020

X had een eenmanszaak die zich richtte op arbeidsbemiddeling voor evenementen die voornamelijk plaatsvonden in de zomer. Tot april 2020 had X recht op studiefinanciering. In juli 2020 had hij zijn master bijna afgerond en vanaf september hoopte hij een baan te hebben. In de tussentijd was hij van plan om fulltime voor zijn eenmanszaak te werken. Omdat veel evenementen door de uitbraak van het coronavirus waren geannuleerd had de eenmanszaak nu geen opdrachten en had X dus geen inkomsten uit zijn onderneming, terwijl de zomer normaliter voor hem het hoogseizoen was. Daarom vroeg hij begin april een bijstandsuitkering aan. De gemeente wees die aanvraag af, omdat X zelfstandig ondernemer was. Daarna vroeg X een uitkering op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO) aan maar de gemeente wees die ook af omdat de studiefinanciering voor X een passende en toereikende voorziening was op grond van artikel 15, lid 1, Participatiewet. X maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter van Rechtbank Amsterdam om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter stelde X in het ongelijk. De in april 2020 ingediende aanvraag werd op grond van artikel 3, lid 2, TOZO geacht te zijn ingediend op 1 maart 2020. Over maart 2020 had X nog studiefinanciering ontvangen maar vanaf april 2020 had hij daar geen recht meer op. Vanaf dat moment was studiefinanciering dus geen passende en toereikende voorzienig meer. De gemeente had de aanvraag van X echter toch terecht afgewezen omdat iemand volgens artikel 1 TOZO pas zelfstandige was als hij ten minste 1.225 uur per jaar aan zijn bedrijf of zelfstandig beroep besteedde. Dat kwam neer op 23,5 uur per week. X had echter ingevuld dat hij 15 uur per week als zelfstandige werkte en dat was te weinig om te worden aangemerkt als zelfstandige in de zin van de TOZO. X had volgens de voorzieningenrechter niet aannemelijk gemaakt dat hij in 2020 (veel) meer uren dan 1.225 aan zijn werk als zelfstandig ondernemer zou gaan besteden. In zijn aanvraag had hij namelijk vermeld dat hij 15 uur per week voor de onderneming werkte en in het dossier zaten geen aanwijzingen dat dit te laag was ingeschat.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.