Bezwarenstroom tegen hogere BPM door overgang naar WLTP

Datum: 28 juli 2020

De Europese emissietestmethode voor lichte voertuigen "Worldwide harmonised Light vehicle Test Procedure" (WLTP) vervangt de verouderde "New European Driving Cycle"-methode. De WLTP-test beoogt een meer realistische CO2-emissiewaarde toe te kennen, en heeft hogere CO2-waarden tot gevolg. De tot 1 juli 2020 bestaande BPM-tarieventabel was nog gebaseerd op de oude NEDC-testmethode, en daarom moest de op basis van de nieuwe WLTP-methode vastgestelde emissiewaarde met de voorgeschreven Co2mpass-rekentool worden teruggerekend naar een theoretische NEDC-waarde. Die herrekende waarde levert in veel gevallen een ongewild hogere CO2-emissiewaarde op en leidt daardoor tot een hoger bedrag aan BPM, terwijl feitelijk sprake is van volledig identieke auto’s. De Belastingdienst stelde zich aanvankelijk co√∂peratief op in het aanhouden van bezwaren tegen de hogere BPM als gevolg van de herrekening van WLTP naar de (theoretische) NEDC-waarde en zou aangeven hoe de cijfermatige verschillen inzichtelijk moesten worden gemaakt en welke voertuiginformatie daarvoor moest worden verstrekt (met name het te hanteren referentievoertuig). De co√∂peratieve opstelling lijkt nu echter te veranderen na voor de Belastingdienst gunstige jurisprudentie. De Hoge Raad besliste op 3 april 2020 namelijk dat wanneer de CO2-uitstoot van het te registreren motorvoertuig vaststond, voor de heffing van BPM de CO2-uitstoot een gegeven kenmerk was en niet meer als variabele kon worden aangevoerd om eerder in Nederland geregistreerde motorvoertuigen met een lagere CO2-uitstoot als soortgelijk te beschouwen in de zin van artikel 110 VWEU. Dat gebruikte personenauto’s van hetzelfde merk, type en uitvoering waren, sloot volgens de Hoge Raad niet uit – ook bij gelijke productiejaren en gelijke tijdstippen van eerste toelating op de weg – dat de CO2-uitstoot van die personenauto’s verschilde. De Belastingdienst grijpt dit arrest vermoedelijk aan om de aangehouden bezwaarschriften tegen de hogere BPM als gevolg van de herrekening ongegrond te verklaren. Als de WLTP-bezwaarschriften inderdaad afgewezen worden, is het de verwachting dat er weer veel beroepsprocedures over de BPM zullen gaan volgen, net nu het leek dat die storm een beetje was gaan liggen.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.