Ook Hof Den Bosch akkoord met erfbelasting verzwegen Zwitsers vermogen

Datum: 6 juli 2020

Hof Arnhem-Leeuwarden handhaafde onlangs een in 2016 opgelegde navorderingsaanslag erfbelasting voor een Zwitsers tegoed van een in 2000 overleden erflater. Door de onmiddellijke inwerkingtreding van de onbeperkte navorderingstermijn van artikel 66, lid 3, SW op 1 januari 2012 kon de inspecteur navorderen over het tot 2014 verzwegen vermogen. Hof Den Bosch heeft nu in dezelfde zin beslist met betrekking tot een in maart 2016 aan X opgelegde navorderingsaanslag erfbelasting. Hij was enig erfgenaam van zijn in 2001 overleden partner en had in juni 2014 een vrijwillige verbetering gedaan van het bij de UBS-Bank in Zwitserland aangehouden tegoed van € 365.000. De regeling van artikel 66, lid 3, SW was opgenomen in een formele wet en die wet was op 1 januari 2012 in werking getreden zonder (formeel) terugwerkende kracht. De regeling greep weliswaar aan bij feiten en omstandigheden uit het verleden, maar was daarmee volgens het Hof nog niet in strijd met het legaliteitsbeginsel. Uit de wetsgeschiedenis kon worden afgeleid dat de onbeperkte navorderingstermijn was ingevoerd om misbruik en fraude te bestrijden. Het Hof vond het aannemelijk dat het vermogen door belastingfraude of misbruik ten onrechte niet in de aangifte erfbelasting was begrepen. Volgens het Hof viel ook niet goed in te zien waarom een regeling als artikel 66, lid 3, SW, de mogelijkheid van het vrije kapitaalverkeer en betalingsverkeer ongerechtvaardigd zou beperken; de vrijverkeersbepalingen waren immers geen vrijbrief voor misbruik en fraude. Het Hof handhaafde de navorderingsaanslag.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.