Belastingadvieskantoor schadeplichtig voor fout met 30%-regeling over aandelen-incentive Australische expat

Datum: 30 juni 2020

De Australische mevrouw X woonde en werkte van 2009 tot eind 2012 in Brussel. Van november 2012 tot oktober 2013 verbleef zij in Australië en emigreerde daarna naar Nederland. Zij trad in Nederland als chief marketing officer (CMO) in dienst bij D, waar zij deelnam aan een Executive Ownership Plan. Mevrouw X gaf belastingadvieskantoor A opdracht om bij de Belastingdienst een verzoek om toepassing van de 30%-regeling in te dienen. In oktober 2013 liet de medewerker van A aan mevrouw X weten dat hij een fout had gemaakt bij de berekening van het aantal maanden dat mevrouw X buiten de 150-kilometer radius had moeten wonen om te kwalificeren voor de 30%-regeling, en zij 6 maanden tekort kwam voor toepassing van de 30%-regeling. Mevrouw X ontving in oktober 2018 op grond van een “Long term incentive share plan” 1.794 aandelen in D die zij direct verkocht voor € 2,6 mln en waarover zij IB was verschuldigd. Zij stelde A, de partner van A en medewerker F hoofdelijk aansprakelijk voor de onjuiste advisering over het van toepassing zijn van de 30%-regeling en claimde een schadevergoeding van € 1.015.557 plus wettelijke rente. Rechtbank Rotterdam stelde voorop dat A aan mevrouw X had moeten melden dat zij niet voldeed aan de voorwaarden van de 30%-regeling. Door dat niet te doen, had A een beroepsfout gemaakt. Deze fout had echter geen schade veroorzaakt, omdat hij geen verandering bracht in de situatie dat geen recht bestond op de 30%-regeling. De Rechtbank was het wél met mevrouw X eens dat wanneer de fout niet was gemaakt en zij op 18 september 2013 wist dat zij niet aan de eisen voldeed, zij haar vertrek naar Nederland en haar eerste tewerkstellingsdag had kunnen verplaatsen naar 14 maart 2014 of zelfs 1 mei 2014. D zou dat volgens mevrouw X geaccepteerd hebben en zij zou dan wél aan de voorwaarden van de 30%-regeling hebben voldaan. De Rechtbank schatte de kans dat de datum van tewerkstelling op 1 mei 2014 zou zijn vastgesteld op 25%. De Rechtbank besliste dat A aansprakelijk was voor de door mevrouw X geleden schade door het verlies van een kans van 25% dat zij over de periode 1 mei 2014-31 december 2020 gebruik had kunnen maken van de 30%-regeling. Deze schade was nader op te maken bij staat.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.