Werkzaamheden voor bezwaaradviescommissies zonder BTW

Datum: 26 juni 2020

Mevrouw X werkte voor diverse bezwaaradviescommissies. Zij was onder meer voorzitter van de bezwaaradviescommissies personele aangelegenheden van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Mevrouw X had in 2014 voor haar werkzaamheden in totaal € 11.264 aan de ministeries in rekening gebracht. De ministeries waren niet bereid BTW te betalen bovenop de door mevrouw X in rekening gebrachte bedragen. Mevrouw X ging er bij de berekening van de door haar verschuldigde BTW van uit dat de ontvangen vergoedingen inclusief BTW waren. Zij gaf in haar aangifte 2014 een bedrag van € 8.083 aan BTW aan waarvan € 1.955 (21/121 maal € 11.264) betrekking had op haar werkzaamheden voor ministeries. Mevrouw X stelde later dat zij deze werkzaamheden niet als BTW-ondernemer had verricht en daarom ten onrechte BTW op aangifte had voldaan. Hof Amsterdam besliste echter dat de activiteiten voor de ministeries economische activiteiten waren in de zin van de Wet OB. De door mevrouw X ontvangen bedragen waren vergoedingen voor door haar in het kader van haar onderneming verrichte diensten, zodat de BTW terecht op aangifte was voldaan. Mevrouw X ging met succes in cassatie. De Hoge Raad verwierp de stelling van mevrouw X dat de commissiewerkzaamheden geen economische activiteiten waren als bedoeld in artikel 9, BTW-Richtlijn 2006. Vervolgens besliste de Hoge Raad dat de leden van de bezwarenadviescommissie hun werkzaamheden in het kader van die commissie niet uitoefenden in een verhouding van ondergeschiktheid ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden en de verantwoordelijkheid van "de werkgever". Daaraan deed niet af dat de hoogte van de bezoldiging van de voorzitter en de andere leden van de bezwarenadviescommissie wettelijk was vastgelegd. De werkzaamheden of handelingen als voorzitter en als gewoon lid van een bezwarenadviescommissie vormden echter geen zelfstandig uitgeoefende economische activiteit in de zin van artikel 9 van BTW-Richtlijn 2006, omdat zowel de voorzitter als de andere leden van de bezwarenadviescommissie geen individuele taken of verantwoordelijkheden hadden. Zij verrichtten de werkzaamheden of handelingen als lid van de bezwarenadviescommissie niet op eigen naam, voor eigen rekening en/of onder eigen verantwoordelijkheid. Deze leden van de bezwarenadviescommissie liepen volgens de Hoge Raad geen economisch risico. Iemand die in de hoedanigheid van voorzitter of gewoon lid van een bezwarenadviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 Awb werkzaamheden verrichtte, deed dat daarom niet als ondernemer in de zin van artikel 7, Wet OB. De Hoge Raad besliste dat mevrouw X voor de commissiewerkzaamheden geen BTW was verschuldigd en zij daarom recht had op een BTW-teruggaaf van € 1.955.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 04-12-2020