Box III-heffing voor 84-jarige met huurwoning geen individuele last

Datum: 2 juni 2020

De 84-jarige mevrouw X woonde in een huurwoning en bezat op 1 januari 2017 verspreid over verschillende bankrekeningen € 184.571 aan vermogen. Ze ontving daarover in 2017 € 664 aan rente. Bij het vaststellen van de aanslag IB 2017 berekende de inspecteur het forfaitair rendement op € 6.043 en de te betalen IB daarover op € 1.812. Mevrouw X ging in beroep en stelde dat de box III-heffing een individuele en buitensporige last vormde. Rechtbank Noord-Nederland besliste echter dat zij niet aannemelijk had gemaakt dat de last (de belastingheffing over het vermogen) zich voor haar sterker liet voelen dan in het algemeen. Mevrouw X had een vergelijking gemaakt tussen haar geval, waarin het vermogen als spaargeld werd aangehouden en de (volgens haar) algemene groep waarin het vermogen belegd was in een eigen woning, maar verhuizen op 84-jarige leeftijd was volgens de Rechtbank geen onmogelijkheid. Gelet op haar woonplaats had mevrouw X voldoende vermogen om een met haar huurwoning vergelijkbare woning te kopen, zonder dat zij daarvoor een hypothecaire lening nodig zou hebben. Dat zij op haar leeftijd geen hypotheek meer zou kunnen afsluiten, was daarom ook niet relevant. Mevrouw X had volgens de Rechtbank de keuze om ook tot de door haar gestelde algemene groep te behoren. Omdat mevrouw X niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een individuele last, hoefde niet verder beoordeeld te worden of de last voor mevrouw X buitensporig was. De Rechtbank verklaarde het beroep van mevrouw X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 03-07-2020