€ 45.000 boete voor oud-controller wegens ingenieus omkatten privékosten naar zakelijke loodshuur

Datum: 20 mei 2020

X dreef een eenmanszaak en werkte daarnaast sinds 2008 als interimmanager voor gemeenten en provincies. Bij een boekenonderzoek in 2014 bleek dat X vanaf 1 juni 2009 een loods huurde van Stichting A waarvan X en zijn vader bestuurslid waren. A hield zich bezig met de auto- en motorsport. De loods was eigendom van Stichting A en Stichting B. De ouders van X waren bestuursleden bij Stichting B. De inspecteur legde aan X navorderingsaanslagen IB op over 2010 tot en met 2013 met betrekking tot de in aftrek gebrachte huurkosten. De inspecteur legde daarbij vergrijpboeten op van in totaal € 50.000. Volgens de inspecteur had X privékosten "omgekat" naar zakelijke kosten. De inspecteur vond de wijze waarop X dit had gedaan "ingenieus" door de kosten in de aangifte te presenteren als "overige kosten". Als certified public controller en (oud-) lid van een rekenkamercommissie van een gemeente had X zich volgens de inspecteur moeten realiseren dat dit niet juist was. X ging in beroep. Hof Amsterdam besliste net als Rechtbank Noord-Holland dat de informatie die tijdens het boekenonderzoek naar voren was gekomen over de huur van de loods, waarbij de inspecteur bekend werd met de aanwezigheid en de inhoud van de huurovereenkomst, een nieuw feit vormde dat navordering rechtvaardigde. Vervolgens besliste het Hof dat X niet aannemelijk had gemaakt dat met het huren van de loods enig bedrijfsdoel gediend was. Dat hij de loods als kantoorruimte had gebruikt, was gelet ook op de aard en de inrichting ervan, niet aannemelijk geworden. Ook niet dat personeel of derden dat ten behoeve van de onderneming hadden gedaan. Het Hof besliste dat de huur niet aftrekbaar was. Het Hof was het met de Rechtbank en de inspecteur eens dat X zich moest hebben geweten dat de kosten van de loods niet als ondernemingsuitgaven in aftrek konden komen, en dat van hem als certified controller in het bijzonder kennis en alertheid ter zake van het (ook fiscaal) verantwoorden van uitgaven mocht worden verwacht. Door de kosten van de loods onder de noemer "overige kosten" ten laste van de onderneming te brengen, was volgens het Hof sprake van opzet en was een boete van 50% passend en geboden. In totaal zou de boete over 2011 tot en met 2014 € 71.792,50 hebben bedragen. Het Hof volgde de matiging daarvan tot € 50.000 door de inspecteur en matigde die met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 29-05-2020