Prijs voor winnaar van SOS survival of the sexes geen loon

Datum: 18 mei 2020

Mevrouw X nam in 2016 met haar partner deel aan een survivalprogramma op televisie en had daarvoor een deelnemersovereenkomst gesloten met BV A, de producent van het programma. In het programma waren de deelnemers in twee teams verdeeld, die de strijd met elkaar aangingen om te zien wie het beste in staat was om te overleven. Beide teams kregen een aantal hulpmiddelen ter beschikking en een fictief budget van € 100.000. Iedere zes dagen was er een eliminatieronde waarbij de persoon die de meeste stemmen van de overige deelnemers had gekregen, het spel moest verlaten. Het team met het grootste resterende fictieve budget aan het einde van de opname-periode van 21 dagen was de winnaar. Uiteindelijk won het team waarin mevrouw X zat. De prijs van € 80.000 bruto werd onder het winnende team verdeeld (€ 26.666 per persoon). Ook ontving mevrouw X van BV A een eenmalige vergoeding van € 1.250 bruto. Mevrouw X gaf in het bedrag van € 27.916 in haar aangifte IB 2016 aan als loon uit dienstbetrekking, maar ging vervolgens in beroep. Rechtbank Zeeland-West-Brabant besliste dat uit de deelnemersovereenkomst volgde dat mevrouw X verplicht was geweest om persoonlijk arbeid te verrichten voor BV A. Ook was volgens de Rechtbank sprake geweest van een gezagsverhouding tussen BV A en mevrouw X. Van een verplichting voor BV A tot betaling van loon, te weten de vergoeding door de werkgever aan de werknemer verschuldigd ter zake van bedongen arbeid, was volgens de Rechtbank echter geen sprake. De vergoeding van € 1.250 was niet gekoppeld aan of afhankelijk van de door de deelnemers verrichte arbeid. De Rechtbank vond het aannemelijk, zoals mevrouw X had gesteld, dat een deel van die vergoeding een kostenvergoeding betrof. Verder volgde uit de deelnemersovereenkomst dat een deel van die vergoeding niet op het verrichten van arbeid zag maar betrekking had op de overdacht en het gebruik van de opnamen (het portretrecht) aan/door BV A. De vergoeding van € 1.250 kon niet worden aangemerkt als loon. Dit gold volgens de Rechtbank ook voor de prijs die door mevrouw X was gewonnen (€ 26.666). Zij had op grond van de deelnemers-overeenkomst slechts een voorwaardelijk recht op de prijs. Het was geen vergoeding voor bedongen arbeid. Mevrouw X ontleende haar recht op de prijs niet aan een dienstbetrekking met BV A en om die reden vormde de prijs dan ook geen loon uit dienstbetrekking. De Rechtbank verklaarde het beroep van mevrouw X gegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 29-05-2020