Perpetual securities geen kapitaal of deelnemerschaplening

Datum: 15 mei 2020

NV X gaf voor de financiering van een overname op 11 november 2010 voor € 500 mln Fixed-to-Floating Rate Perpetual Capital Securities uit. NV X bracht daarvoor in haar aangifte Vpb 2010 € 3,3 mln aan rentekosten in aftrek. De inspecteur weigerde de aftrek van de rentekosten van € 3.339.041. NV X ging in beroep. Hof Arnhem-Leeuwarden besliste dat de perpetual securities civielrechtelijk moesten worden aangemerkt als een geldlening en niet konden worden gekwalificeerd als een deelnemerschapslening. De staatssecretaris ging in cassatie, maar de Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Als de geldverstrekking naar civielrechtelijke maatstaven beoordeeld als een verstrekking van aandelenkapitaal gold, moest zij worden aangemerkt als kapitaalverstrekking. Als de geldverstrekking naar civielrechtelijke maatstaven niét was aan te merken als verstrekking van aandelenkapitaal, was bepalend of er een verplichting tot terugbetaling bestond. Degene aan wie het geld was verstrekt, had dan volgens de gekozen civielrechtelijke vorm een schuld aan de geldgever, waardoor de geldverstrekking voor de toepassing van de belastingwet als regel niet als het verstrekken van kapitaal was aan te merken. Dat gold volgens de Hoge Raad ook als die terugbetalingsverplichting voorwaardelijk was en de terugbetaling onzeker. Het Hof had deze rechtsregels volgens de Hoge Raad niet miskend met de beslissing dat met de uitgifte van de perpetual securities, ongeacht de vraag of deze civielrechtelijk als geldlening waren aan te merken, voor NV X een terugbetalingsverplichting was ontstaan. Er was volgens de Hoge Raad ook geen sprake van een deelnemerschapslening. De opvatting van de staatssecretaris dat de voorwaarden voor een deelnemerschapslening materieel moesten worden beoordeeld, kon volgens de Hoge Raad in haar algemeenheid niet worden aanvaard. Wel kwam betekenis toe aan een gezamenlijk oogmerk van partijen bij het sluiten van de overeenkomst. Daarbij kon de feitelijke situatie op dat moment een rol spelen. Het Hof had zich bij zijn beslissing dat het beloop van de vergoeding op de perpetual securities niet afhankelijk was van de winst van NV X gebaseerd op zijn uitleg van de "Terms and Conditions of the Securities" (T&C) in het prospectus. Het Hof had volgens de Hoge Raad met zijn beslissing over de winstafhankelijkheid de rechtsregels niet miskend. Daaraan stond niet in de weg de mogelijkheid voor NV X om de betaling van rente op te schorten, en ook niet de "paripassubepaling".

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.

Viditax 29-05-2020