Stichting CO2-Prestatieladder door structurele overschotten Vpb-plichtig

Datum: 8 april 2020

De activiteiten van stichting X bestonden uit het bevorderen van klimaatvriendelijk en maatschappelijk verantwoord ondernemen door bij aanbestedingen gebruik te maken van een voor dit doel ontwikkeld certificeringssysteem: de CO2-Prestatieladder. Indien en voor zover werd voldaan aan bepaalde criteria werd een partij gecertificeerd en door X op een bepaald niveau van de ladder geplaatst. Door plaatsing op de ladder kreeg de partij korting op de inschrijfprijs bij bepaalde aanbestedingen, waarbij meer korting werd verkregen bij een hogere plaatsing op de ladder. De inspecteur legde aan X voor het jaar 2015 een aanslag Vpb op naar een belastbare winst en een belastbaar bedrag van € 194.716. X ging in beroep en stelde dat zij niet subjectief belastingplichtig was voor de Vpb, omdat zij met haar activiteiten niet deelnam aan het economische verkeer en ook niet het oogmerk had om winst te behalen. Rechtbank Gelderland stelde haar in het ongelijk. Volgens de Rechtbank werd door X wel deelgenomen aan het economische verkeer. Zij was erop gericht om een zo groot mogelijke groep ondernemingen te bereiken die zich wilde laten certificeren. Zij wierf en gaf voorlichting en onderzocht mogelijkheden of de ladder breder ingezet kon worden. De kring van (potentiële) leden was onbegrensd en onbepaalbaar. Volgens de Rechtbank was bij X ook sprake van een winststreven. Zij had in de jaren 2012 tot en met 2015 structureel aanzienlijke overschotten behaald. Dat de statuten vermeldden dat X geen winst beoogde te maken en dat de overschotten in de eerste jaren werden veroorzaakt door de noodzaak om een buffer op te bouwen om zodoende financieel onafhankelijk te blijven, maakten dit volgens het Hof niet anders omdat het ging om een objectief criterium. X was volgens de Rechtbank in 2015 subjectief Vpb-plichtig.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.