Bewindvoering niet vrijgesteld van BTW

Datum: 7 april 2020

De activiteiten van bedrijf X bestonden uit bewindvoering. Zij werd bij beschikking door de kantonrechter aangewezen als bewindvoerder en ontving voor haar werkzaamheden een vergoeding. De inspecteur liet na vragen hierover aan X weten dat de activiteiten niet konden worden aangemerkt als vrijgestelde prestaties in de zin van artikel 11, lid 1, onderdeel f, Wet OB in samenhang met artikel 7 UVBT OB en legde naheffingsaanslagen BTW op. X ging in beroep. Rechtbank Den Haag besliste dat de werkzaamheden van X in het kader van de schuldenbewindvoering niet gelijk gesteld konden worden met schuldhulpverlening. X had niet inzichtelijk gemaakt waaruit haar werkzaamheden in het kader van schuldenbewindvoering bestonden en had ook geen stukken overgelegd waaruit dit kon worden afgeleid, zoals een plan van aanpak. Dat de diensten van X in hoofdzaak betrekking hadden op cliënten met een schuldenproblematiek, bracht volgens de Rechtbank ook niet mee dat schuldenbewindvoering als schuldhulpverlening moest worden beschouwd. De Rechtbank verklaarde het beroep van X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.