Boeten eethuis-vof verlaagd omdat firmanten in schuldsanering zaten

Datum: 25 maart 2020

Vof X exploiteerde een eethuis. Bij een boekenonderzoek werden in de woning van een van de firmanten agenda’s aangetroffen met overzichten van namen en urenstaten van werknemers, betaalde bedragen, inkopen en andere omzetgegevens. De inspecteur legde naar aanleiding hiervan aan vof X naheffingsaanslagen LB en BTW op over 2011 tot en met 2013 met boeten van respectievelijk € 6.861, € 52.040 en € 4.180. X ging in beroep. Rechtbank Gelderland vond aannemelijk dat X niet de vereiste aangifte had gedaan, zodat de bewijslast moest worden omgekeerd en verzwaard. X had volgens de Rechtbank geen concrete, controleerbare gegevens overgelegd om daarmee te bewijzen dat de opgelegde naheffingsaanslagen onjuist waren. De inspecteur had de naheffingsaanslagen LB vastgesteld op basis van de gegevens uit de aantekeningen in de agenda’s en daarop het anoniementarief toepast. De Rechtbank vond dat redelijk. Voor de naheffingsaanslagen BTW had de inspecteur de schatting gebaseerd op een berekende omzet van 3,5 keer de betaalde nettolonen. De factor 3,5 had de inspecteur ontleend aan branchegegevens van snackbars en van het CBS. De Rechtbank vond dat niet onredelijk, omdat X voor het overige niet beschikte over een complete en controleerbare administratie zodat daaraan onvoldoende concrete aanknopingspunten voor het bepalen van de omzet konden worden ontleend. De Rechtbank verklaarde de beroepen tegen de naheffingsaanslagen ongegrond. Het beroep tegen de vergrijpboeten verklaarde de Rechtbank daarentegen gegrond. De Rechtbank matigde deze tot in totaal € 20.000 omdat de firmanten van X geen financiële middelen hadden, beiden in de schuldsanering zaten en zij ook kampten met medische en psychosociale problemen. De Rechtbank matigde de boeten vervolgens nog eens met 15% tot € 17.000 vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.