Kwitanties contante giften aan Islamitische ANBI onwaar: geen giftenaftrek

Datum: 14 februari 2020

Naar aanleiding van beroepsprocedures tegen de correcties op de aangiften IB 2011 tot en met 2014 van mevrouw X besloot de inspecteur tot een derdenonderzoek. Het ging om de contante giften van mevrouw X van respectievelijk € 2.500, € 2.250, € 2.000, € 1.750 en € 4.500 aan de Islamitische stichting A. Dit was een algemeen nut beogende instelling (ANBI) waarvan de ex-partner van mevrouw X directeur en voorzitter was. Het derdenonderzoek was bedoeld om de administratie van A te beoordelen op de aanwezigheid van de gestelde gedoneerde bedragen. De controleur schreef in zijn ambtsedige verklaring dat in deze administratie van A geen contante giften op naam van mevrouw X waren aangetroffen. Verder weken de door de penningmeester van A afgegeven donatieverklaringen af van de door mevrouw X overgelegde donatieverklaringen, verschilde de nummering van de kwitantiebonnen en was het handschrift, de handtekening en paraaf van de penningmeester anders dan in de bescheiden van mevrouw X. De ex-partner van mevrouw X die optrad als haar gemachtigde, stelde dat zijn moeder de financiering van A regelde en hij het geld direct aan haar gaf, niet aan de penningmeester. Hof Arnhem-Leeuwarden besliste dat de kwitanties en de donatieverklaring in strijd met de waarheid waren opgesteld als bewijs voor de in de aangiften opgenomen giftenaftrek aan A. Het Hof vond het niet aannemelijk dat de kwitanties of donatieverklaring met medeweten van de penningmeester waren opgesteld, of dat hij hiermee had ingestemd. Zelfs als dit waar zou zijn, waren de giften ten goede gekomen aan de moeder van de gemachtigde van mevrouw X en niet aan A. Het Hof concludeerde dat mevrouw X geen recht had op een hoger bedrag aan giftenaftrek dan het bedrag dat al in aftrek was toegestaan. Het Hof verwierp de stelling van de gemachtigde dat de bezwaarbehandelaar of inspecteur vooringenomen zou zijn geweest. Mevrouw X moest haar recht op aftrekposten aannemelijk maken. Van verwerpelijke motieven aan de zijde van de inspecteur, zoals discriminatie van moslims, was niet gebleken. Ook de verwijzing naar de "toeslagenaffaire" was volstrekt onvoldoende voor de conclusie dat mevrouw X zou zijn gediscrimineerd, of dat haar aangiften voor controle zouden zijn uitgeworpen door etnische profilering.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.