Schadevergoeding gasrampslachtoffer belast in box III, aanspraak onbelast

Datum: 12 februari 2020

Mevrouw X ontving in 2013 een schadevergoeding van € 320.000 nadat zij in 2001 slachtoffer was geworden van een gasramp. In haar aangifte IB 2016 gaf zij het resterende deel van € 145.298 aan in box III, maar in beroep stelde zij dat haar schade-uitkering fiscaal hetzelfde moest worden behandeld als die voor de slachtoffers van de nieuwjaarsramp in Volendam, de vuurwerkramp in Enschede en de vliegramp MH17. Zij verwees onder meer naar de uitzonderingslijst voor slachtoffers van rampen in het Besluit van 8 december 2000. Zij stelde dat de gasexplosie waarvan zij slachtoffer was geworden, moest worden opgenomen in het Besluit. Hof Amsterdam was het met Rechtbank Noord-Holland eens dat de inspecteur noch het Hof het Besluit kon wijzigen. Het Hof besliste ten aanzien van het beroep op het gelijkheidsbeginsel dat in het Besluit alleen aanspraken op nog te ontvangen schadevergoedingen niet tot de grondslag van box III werden gerekend: het ging dan om rechten op een toekomstige uitkering waarvan de omvang nog niet vaststond . Dit was een begunstiging, omdat volgens het wettelijk system niet alleen een ontvangen schadevergoeding, maar ook een aanspraak op een (nog te ontvangen) schadevergoeding tot de grondslag van box III moest worden geregeld. Mevrouw X had die begunstiging ook gekregen, in zoverre de uitkering die zij in 2013 had ontvangen vóór 2014 bij haar niet tot de grondslag van box III was gerekend. Zij had niet aangetoond dat voor slachtoffers van rampen een begunstigend beleid werd gevoerd op grond waarvan ontvangen schadevergoedingen niet tot de grondslag van box III werden gerekend. Mevrouw X was niet minder gunstig behandeld dan slachtoffers van andere rampen. Het Hof verklaarde het hoger beroep van mevrouw X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.