Vrijspraak voor niet-aangeven Amerikaanse bankrekening met saldo van 5 mln dollar

Datum: 12 februari 2020

In 2016 ontving de Belastingdienst uit de VS financiële gegevens over X, die lange tijd op goede posities in het buitenland had gewerkt bij de multinational Philip Morris. X bleek in de VS twee rekeningen te hebben: een rekening met ongeveer USD 800.000 en een rekening met ongeveer USD 5 mln. X bekende tegenover de FIOD dat hij de eerste rekening bewust niet had opgegeven, maar de tweede rekening met het saldo van USD 5 mln was hij vergeten. Dat was een rekening die destijds in verband met een optieregeling van zijn werkgever was geopend. Na contact met zijn bank eind 2016 was hij "tot zijn verbijstering" achter het bestaan van de rekening gekomen. X werd strafrechtelijk vervolgd voor het opzettelijk doen van onjuiste aangiften over 2007 tot en met 2015. De strafkamer van Rechtbank Amsterdam besliste dat was bewezen dat X ten aanzien van de rekening met USD 800.000 opzettelijk onjuiste aangiften had gedaan, maar dat was volgens de politierechter niet bewezen met betrekking tot de niet-opgegeven 5 mln-dollarrekening. Er was geen bewijs dat X dit willens en wetens had nagelaten. Het was moeilijk voorstelbaar dat een particulier vergat dat hij een bankrekening had met een waarde van ongeveer USD 5 mln, maar onmogelijk was dat volgens de politierechter niet. X had op de zitting uitgelegd dat het geen "gewone" rekening betrof, maar een rekening waarop opties en aandelen stonden, die volgens hem door zijn voormalig werkgever was geopend. Daarnaast had X uiteengezet dat hij in de jaren rondom zijn pensionering in 2006 zware jaren had gehad en daardoor wellicht die rekening was vergeten. De politierechter vond dit een geloofwaardig verhaal. Het enkele feit dat over deze rekening in de VS 15% belasting was geheven, was onvoldoende om aan te nemen dat X zelf het daarvoor noodzakelijke verzoek had gedaan en had geweten van het bestaan van de rekening. In het dossier bevonden zich geen stukken waaruit anders zou moeten blijken. X kreeg daarom het voordeel van de twijfel en de politierechter sprak hem van dit deel van de tenlastelegging vrij. De politierechter veroordeelde X tot een taakstraf van 150 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand, met een proeftijd van twee jaar.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.