Ongelimiteerde borgstelling: geen afwaardering regresvordering eigen BV

Datum: 21 januari 2020

In 2010 werd BV Y onder toezicht van bijzonder beheer van de bank gesteld in verband met liquiditeitsproblemen door de economische crisis. In december 2010 verhoogde de bank het krediet van BV Y en haar dochter-BV’s tot € 400.000 op voorwaarde dat middellijk aandeelhouder X zich borg zou stellen voor € 250.000. In 2015 gingen BV Y en enkele werkmaatschappijen failliet en werd X door de bank als borg aangesproken. In december 2015 betaalde X € 100.000 aan de bank. Hij bracht dit bedrag in zijn aangifte IB 2015 ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden. De inspecteur corrigeerde de afwaardering van de regresvordering omdat de borgstelling volgens hem niet zakelijk was. Rechtbank Gelderland was het daarmee eens. X had met het aangaan van de borgstellingsovereenkomst een risico aanvaard dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. De financiĆ«le positie van de ondernemingen was slecht en een concrete borgstellingsvergoeding was nooit overeengekomen. Verder was de borgstelling ongelimiteerd, zowel wat betreft de schulden waarvoor deze gold (huidige en toekomstige) als de duur van de borgstelling, omdat de borgstelling zonder einddatum was en sommige kredieten ook geen aflossingstermijn hadden. Een ongelieerde derde kon volgens de Rechtbank onder deze omstandigheden geen zakelijke vergoeding berekenen die het risico van de borgstelling weerspiegelde en zou daarom niet bereid zijn het risico van deze borgstelling te aanvaarden. De Rechtbank verklaarde het beroep van X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.