A-G akkoord met opvragen volledige administratie Curaçaos trustkantoor

Datum: 10 januari 2020

Naar aanleiding van een aantal derdenonderzoeken vroeg de inspecteur aan het naar Antilliaans recht opgerichte en op Curaçao gevestigde trustkantoor X in 2015 om haar volledige administratie vanaf 2010 te overleggen in verband met haar mogelijke belastingplicht in Nederland. Toen X ook na herhaalde verzoeken van de inspecteur niet aan het informatieverzoek voldeed, nam de inspecteur een informatiebeschikking met betrekking tot op te leggen aanslagen Vpb over 2010 tot en met 2015. X ging in beroep en stelde dat het in strijd met het evenredigheidsbeginsel was om de hele administratie op te vragen. Hof Den Bosch was het daar net als Rechtbank Zeeland-West-Brabant niet mee eens. Volgens het Hof kon de inspecteur zich op het standpunt stellen dat het opvragen van gegevens en bescheiden bij X van belang kon zijn voor de Nederlandse belastingheffing. Uit een arrest van de Hoge Raad van 14 april 2017 volgde dat het (mogelijk) pleitbare standpunt van X dat zij niet in Nederland belastingplichtig was, haar niet ontsloeg van de verplichting om te voldoen aan het verzoek op grond van artikel 47, lid 1, AWR om haar administratie aan de inspecteur te verstrekken. Het verzoek aan X om haar volledige administratie te overleggen was volgens het Hof ook niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. X ging in cassatie. A-G IJzerman heeft een conclusie genomen. De A-G concludeerde dat van een informatieplichtige tot op vrij grote hoogte mocht worden gevergd dat deze zich inspande en zo nodig kosten maakte om te voldoen aan een informatieverzoek. X had volgens de A-G ten onrechte consequent het standpunt ingenomen dat zij niets van haar administratie wilde overleggen. In plaats daarvan had X moeten uitleggen waarom zij bepaalde informatie niet wilde geven onder aanbieding van wat zij wél wilde overleggen. De A-G was het met het Hof eens dat het overleggen van de volledige administratie niet onevenredig was omdat X op geen enkele manier inzicht had verleend in de administratie, zodat van de inspecteur in redelijkheid niet kon worden verwacht dat hij zijn verzoek zou moeten inperken. De A-G adviseerde daarom de Hoge Raad het cassatieberoep van X ongegrond te verklaren.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.