Advocaat moet informatie geven over op derdenrekening gestort KB Lux-saldo

Datum: 9 januari 2020

Mevrouw X boekte het saldo ultimo 2009 van haar KB Lux-bankrekening van € 436.000 over naar de derdengeldenrekening van haar advocaat Y, die haar in diverse procedures had bijgestaan. In mei 2016 vroeg de Belastingdienst om informatie over de geldstromen, maar zij wilde die niet geven en advocaat Y weigerde ook om inzage te geven in de derdengeldenrekening. De Belastingdienst spande een kort geding aan tegen mevrouw X en advocaat Y. De voorzieningenrechter van Rechtbank Limburg wees de vordering tegen mevrouw X toe. Dat lag anders met betrekking tot advocaat Y. Hij beriep zich volgens de Rechtbank terecht op zijn verschoningsrecht en geheimhoudingsplicht. De Belastingdienst ging in hoger beroep en stelde dat de positie van Y vergelijkbaar was met de positie van een advocaat die omvangrijke bedragen aannam en bewaarde, eventueel uitkeringen of betalingen uitvoerde en dus in feite als bankier optrad voor een klant. De positie van een advocaat mocht volgens de Belastingdienst niet anders zijn dan de positie van een bank, die vanzelfsprekend verplicht was openheid van zaken te geven. Hof Den Bosch was het met de Belastingdienst eens voor zover het ging om de storting(en) op de derdengeldrekening en de saldi op 1 januari van ieder belastingjaar. Y had volgens het Hof niet voldoende toegelicht waarom in zoverre ten aanzien van het gestorte bedrag sprake was van informatie die hem in de hoedanigheid van vertrouwensman was toevertrouwd, direct te relateren was aan een door hem behandelde zaak en daarom geheim moest blijven. De Belastingdienst had aannemelijk gemaakt dat Y het geld voor onbepaalde tijd bewaarde en dat het geld niet functioneel was voor een door Y als advocaat behandelde zaak. Daar kwam volgens het Hof bij dat de stand van het saldo per 1 januari van een bepaald jaar een puur feitelijk gegeven was, waaraan niet viel te ontlenen welke motieven aan eventuele mutaties daarvan ten grondslag hadden gelegen. De situatie was echter anders voor zover het ging om de betalingen die met de op de derdengeldrekening gestorte bedragen waren verricht. Aangenomen moest worden dat die betalingen berusten op één of meer daartoe door mevrouw X aan Y verstrekte opdrachten en wat in dat verband tussen hen was besproken viel volgens het Hof binnen de vertrouwenssfeer van het beroep van advocaat. Het Hof veroordeelde Y tot het verstrekken van informatie over de stortingen afkomstig van de Luxemburgse rekening en de saldi op 1 januari van ieder belastingjaar en verbond daaraan een dwangsom van € 5.000 per dag met een maximum van € 200.000.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.