Belaste schenking van € 10 mln niet te baseren op ongeldige VSO tussen echtgenoten

Datum: 29 november 2019

Mevrouw X trouwde in 1979 op huwelijksvoorwaarden met Y. Deze huwelijksvoorwaarden behelsden een uitsluiting van elke huwelijksgoederengemeenschap en de instelling van een wettelijk deelgenootschap. In 2009 sloten de echtelieden een vaststellingsovereenkomst (VSO) op grond waarvan Y een bedrag van € 10 mln werd verschuldigd aan mevrouw X. Dit bedrag was aangemerkt als een te verrekenen bedrag aan overgespaarde inkomsten. In de VSO was ook vastgelegd dat de echtelijke woning zou worden ondergebracht in een stichting. In 2012 werden diverse BV’s waarvan Y bestuurder en aandeelhouder was, en ook Y zelf failliet verklaard. De FIOD stelde naar aanleiding daarvan een strafrechtelijk onderzoek in naar mogelijke faillissementsfraude. In maart 2015 legde de inspecteur aan mevrouw X een aanslag in de schenkbelasting op naar een belaste verkrijging in 2010 van € 9.998.000. Mevrouw X ging in beroep. Intussen besliste de civiele kamer van Hof Arnhem-Leeuwarden op 21 juni 2016 in de faillissementsprocedure van Y dat de in de VSO met mevrouw X opgenomen regeling nietig was, omdat die regeling moest worden aangemerkt als een (vorm van) (periodieke) verrekening die afweek van de in 1979 opgestelde huwelijkse voorwaarden en niet was voldaan aan de vormvereisten die daarvoor golden voor zo’n wijziging van huwelijkse voorwaarden. De civiele kamer van de Hoge Raad bevestigde de uitspraak van het Hof (art. 81 Wet RO). Op het beroep van mevrouw X beslisten Rechtbank Gelderland en Hof Arnhem-Leeuwarden dat de inspecteur terecht een belaste schenking in aanmerking had genomen. Volgens het Hof bleek uit de uitspraak van 21 juni 2016 dat mevrouw X niet aannemelijk had gemaakt dat de huwelijkse voorwaarden waren gewijzigd, omdat niet was gebleken dat de VSO was neergelegd in een notariële akte en de destijds vereiste rechterlijke goedkeuring was verkregen. Volgens het Hof was met de VSO een vordering van mevrouw X op haar echtgenoot Y ontstaan, die niet was gebaseerd op de huwelijkse voorwaarden. Mevrouw X ging in cassatie en stelde dat op de grondslag van een nietige VSO geen schenking kon worden aangenomen. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van mevrouw X gegrond verklaard. De beslissing dat mevrouw X in 2010 een aanspraak had verkregen, had het Hof mede gebaseerd op de in de uitspraak van 21 juni 2016 gegeven beslissing dat de VSO nietig was. De Hoge Raad was het met mevrouw X eens dat de conclusie van het Hof dat de VSO een vordering van haar op de echtgenoot had doen ontstaan, zonder nadere motivering onbegrijpelijk was. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het Hof en verwees de zaak voor een verder onderzoek naar Hof Den Bosch.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.