Niet-naleven compromis eerste jaar schuld adviseur, maar daarna eigen schuld

Datum: 28 november 2019

X was beeldend kunstenaar. In zijn aangiften IB over 2007 tot en met 2011 gaf hij negatieve inkomsten uit zijn eenmanszaak als winst uit onderneming aan. Na een controle stelde de inspecteur dat X geen recht had op aftrek van de verliezen omdat geen sprake was van een bron van inkomen. Om X enigszins tegemoet te komen, stelde hij voor de bron niet al met ingang van 2011, maar per 2013 te verwerpen. De inspecteur zou de aftrek van de verliezen over 2010, 2011 en 2012 dan nog accepteren. X ging akkoord met het voorgestelde compromis. Nadat de aanslagen over 2013, 2014, en 2015 conform de aangiften waren vastgesteld, constateerde de inspecteur dat daarin negatieve inkomsten uit de eenmanszaak waren aangegeven als resultaat uit overige werkzaamheden. De inspecteur legde navorderingsaanslagen IB op met 50% boete. X ging in beroep tegen de boeten. Hij stelde dat geen sprake was geweest van opzet of grove schuld, omdat de aangiften over deze jaren zelfstandig waren ingediend door zijn voormalige belastingadviseur die 33 jaar hem had gewerkt en daarover geen overleg had plaatsgevonden. Rechtbank Gelderland besliste dat X geen opzettelijke of grofschuldige nalatigheid kon worden verweten voor het onjuist doen van aangifte voor 2013. Het rapport van het boekenonderzoek en ook het compromisvoorstel was aan de adviseur van X toegestuurd. X hoefde dan niet te controleren of zijn adviseur in overeenstemming met het compromis aangifte deed. Dat lag volgens de Rechtbank wel anders voor de jaren 2014 en 2015, omdat die aangiften over 2014 en 2015 waren ingediend nadat de aanslag voor 2013 was vastgesteld. Op grond daarvan had X (voorlopige) teruggaven ontvangen, terwijl hij volgens de Rechtbank wist of had kunnen weten dat deze teruggaven niet in overeenstemming waren met het compromis. Hij had hierover om opheldering moeten vragen bij zijn adviseur, maar had dat niet gedaan. De Rechtbank vond dit een ernstige aan opzet grenzende nalatigheid, waarvoor de Rechtbank vergrijpboeten van 25% (€ 494 voor 2014 en € 726 voor 2015) passend en geboden vond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.