Box I-inkomen € 2 mln lager na vrijspraak van productie synthetische drugs

Datum: 27 november 2019

X werd strafrechtelijk vervolgd voor de productie van synthetische drugs nadat de politie bij een doorzoeking van zijn loods in 2012 grondstoffen voor de productie daarvan had aangetroffen. X deed aangifte IB over 2012 naar een box I-inkomen van € 8.563, maar de inspecteur corrigeerde dat met € 2.187.640 en legde een vergrijpboete op van 25%. De correctie was gebaseerd op een door de FIOD opgestelde berekening waaruit bleek dat bij omzetting van 4.900 kilo apaan naar 3.675 kilo Benzyl-Methyl-Keton (BMK) een winst kon worden gemaakt van € 2.187.640. De strafkamer van Hof Den Bosch sprak X in 2018 vrij van alle tenlasteleggingen. X ging in beroep tegen de aanslag IB 2012 en stelde dat geen sprake was van inkomsten uit de handel in apaan omdat hij daarvan was vrijgesproken en er ook geen ontnemingsvordering was geweest. Rechtbank Zeeland-West-Brabant besliste dat de inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat X in 2012 (zodanig hoge) inkomsten uit de handel in apaan dan wel in BMK had genoten. Van enige betrokkenheid bij, laat staan inkomsten uit, die handel was immers niets gebleken. Dat de strafkamer van het Hof het "moeilijk te geloven" vond dat X niet wist dat de medeverdachten op 5 juni en 28 juni 2012 zijn loods hadden gebruikt, rechtvaardigde volgens de Rechtbank niet de conclusie dat X een zodanige bemoeienis had gehad bij de handel in apaan of BMK dat hij daar een aanzienlijk bedrag aan inkomen uit had genoten. De inspecteur had ook de in de vermogensvergelijking opgenomen stelposten voor uitgaven voor een woonverzekering, gemeentelijke belastingen, onderhouds- en benzinekosten van auto’s, niet aannemelijk gemaakt. De Rechtbank vond het niet aannemelijk dat X voor 2012 niet de vereiste aangifte had gedaan en besliste dat de bewijslast daarom niet moest worden omgekeerd. Ook was niet aannemelijk dat X de aangifte tot een te laag bedrag had gedaan. Zonder rekening te houden met de stelposten en ervan uitgaande dat in een eerder jaar spaargeld was ontstaan, leidde de vermogensvergelijking met een negatief privé van € 13.484 niet tot de conclusie dat een negatief privé bestond dat alleen maar kon worden verklaard uit niet aangegeven inkomsten. De Rechtbank verminderde het box I-inkomen tot € 8.563, vernietigde de vergrijpboete en verklaarde het beroep van X gegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.