Appartementen in B&B waren woonhuizen dus geen willekeurige afschrijving

Datum: 8 november 2019

X en zijn echtgenote Y exploiteerden in 2012 en 2013 in de vorm van een CV drie appartementen als Bed & Breakfast (B&B). Elk appartement bestond uit een woon- en eetkamer, een separate keuken, een slaapkamer en een badkamer. De inspecteur weigerde in de door mevrouw Y haar aangiften IB 2012 en 2013 opgevoerde zelfstandigenaftrek. Daarnaast weigerde de inspecteur de door het echtpaar geclaimde willekeurige afschrijving. Hof Den Bosch besliste dat mevrouw Y niet aannemelijk had gemaakt dat zij in de betreffende jaren meer dan 1.225 uur had besteed aan werkzaamheden voor de CV. Mevrouw Y kwam daarom ook niet in aanmerking voor willekeurige afschrijving voor startende ondernemers. Het Hof besliste in de zaak van X dat de appartementen in de B&B kwalificeerden als woonhuis in de zin van artikel 3.45 Wet IB 2001 zodat hierop niet willekeurig kon worden afgeschreven. Het Hof verklaarde de hoger beroepen van de inspecteur gegrond. X en mevrouw Y gingen in cassatie. De Hoge Raad besliste dat bij de beantwoording van de vraag of de appartementen waren te beschouwen als woonhuizen in de zin van artikel 3.45, lid, letter d, Wet IB 2001 het Hof terecht had vooropgesteld dat bepalend was of de appartementen opstallen waren die naar aard en inrichting woningen waren, en waren bestemd om als zodanig te worden gebruikt. De Hoge Raad verklaarde het beroep van X ongegrond en het beroep in cassatie van mevrouw Y zonder nadere motivering ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.