Bewijs tipgever Rabo Lux bruikbaar in fiscale zaken

Datum: 8 november 2019

Eind 2009 verstrekte een tipgever in ruil voor een opbrengstafhankelijke beloning informatie over bankrekeningen die Nederlandse ingezetenen zouden hebben aangehouden bij de Rabobank in Luxemburg. Hof Den Bosch vernietigde in 2018 na verwijzing in 2015 door de Hoge Raad de navorderingsaanslagen die waren opgelegd aan een vermeende, inmiddels overleden rekeninghouder naar aanleiding van de van de anoniem gebleven tipgever verkregen informatie. Het bewijsmateriaal van de tipgever moest volgens het Hof van gebruik worden uitgesloten. De staatssecretaris ging in cassatie. De Hoge Raad besliste dat de belastingrechter zelfstandig, zonder gebonden te zijn aan in een strafgeding te maken afwegingen, moest beslissen over de bruikbaarheid van hetgeen hem als bewijsmateriaal was voorgelegd. De Hoge Raad was het niet met het Hof eens dat over de bruikbaarheid van het door de tipgever overhandigde materiaal pas kon worden beslist na een onderzoek naar de aard of ernst van het strafbaar handelen waardoor de tipgever dat materiaal in handen had gekregen. De betreffende overwegingen van het Hof konden niet redengevend zijn voor de beslissing dat de van de tipgever ontvangen gegevens van gebruik voor het bewijs moeten worden uitgesloten. Dat gold ook voor de overwegingen waarmee het Hof tot uitdrukking had gebracht dat de inspecteur onvoldoende inzicht had gegeven in zijn belangenafweging bij het sluiten van de overeenkomst met de tipgever en de toegekende beloning. Voor het aan de tipgever toekennen van een beloning was volgens de Hoge Raad een rechtvaardiging te vinden in de omstandigheid dat met de daardoor verkregen gegevens een overheidstaak kon worden vervuld. De beslissing van het Hof dat het bewijsmateriaal onbruikbaar was, was onjuist. Daarmee was ook de toepassing die het Hof aan artikel 8:31 Awb had gegeven onjuist. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie van de staatssecretaris gegrond en verwees de zaak naar Hof Amsterdam. Hof Amsterdam moet onder meer antwoord geven op de vraag of de identificatie van X op de juiste manier had plaatsgevonden en of de navorderingsaanslagen voldoende voortvarend waren opgelegd.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.