Kroegbaas ontkwam met alsnog indienen “aangifte” niet aan omkering bewijslast

Datum: 6 november 2019

Kroegbaas X deed hoewel hij daartoe was uitgenodigd, herinnerd en aangemaand, geen aangifte IB over 2012. De inspecteur legde X daarom in mei 2015 een aanslag IB 2012 op naar een box I-inkomen van € 41.320 en een box III-inkomen van € 5.754, met een verzuimboete van € 984. X vroeg de inspecteur in mei 2017 om de aanslag ambtshalve te verminderen. De inspecteur wees dit verzoek af. X ging in beroep. Hof Arnhem-Leeuwarden besliste dat X niet de vereiste aangifte had gedaan zodat de bewijslast moest worden omgekeerd en verzwaard. Daaraan deed niet af dat X in mei 2016 (ruim een jaar na het opleggen van de aanslag) de "aangifte" IB 2012 zou hebben ingediend bij de deurwaarder van de Belastingdienst. Het Hof besliste vervolgens dat de door de inspecteur gemaakte schatting van de winst uit onderneming niet onredelijk was omdat: (1) X voor de jaren 2010 en 2011 ook geen aangifte IB had gedaan zodat er geen inkomensgegevens waren voor die jaren, (2) de inspecteur zich bij zijn schatting voor 2012 had gebaseerd op de door X gedane aangiften OB voor 2012, en (3) sprake was van (onder)verhuur van drie kamers boven het café. Ook de schatting van het box III-inkomen was volgens het Hof niet onredelijk omdat X eigenaar was van een (tweede) woning. X had volgens het Hof niet bewezen dat de aanslag te hoog was. Het Hof vond ook de verzuimboete van € 984 passend en geboden en verklaarde het beroep van X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.