Verzuimboete gehandhaafd omdat aangifte doen niet onmogelijk was

Datum: 4 november 2019

Mevrouw X ontving een ambtshalve aanslag IB 2015 met een verzuimboete van € 369, omdat zij ondanks een herinnering en een aanmaning geen aangifte had ingediend. De aanslag was opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 0. Mevrouw X ging in beroep tegen de boete en stelde dat zij niet voldoende informatie van de Belastingdienst had gekregen. Zij was tot de dood van haar man in 2015 huisvrouw geweest en had geen inkomsten van betekenis. Door het overlijden van haar echtgenoot moest zij een gezamenlijke aangifte IB indienen, maar vanwege onvoldoende informatie kon zij de aangifte niet invullen en had daarom de Belastingdienst om informatie en hulp gevraagd. Rechtbank Den Haag besliste echter dat geen sprake was van afwezigheid van alle schuld (avas). Avas deed zich voor als een belanghebbende geen enkel verwijt kon worden gemaakt van het niet tijdig indienen van de aangifte. Daarvoor was vereist dat de belanghebbende alle in de gegeven omstandigheden van hem of haar in redelijkheid te vergen zorg had betracht om te bewerkstelligen dat de aangifte tijdig werd gedaan. Mevrouw X kon alle gegevens die zij nodig had, voor zover zij die zelf al niet had in de vorm van jaaropgaven etc, verkrijgen via de vooraf ingevulde aangifte van de Belastingdienst. Als mevrouw X al niet in staat was om op deze manier aangifte te doen, dan had zij daarbij de hulp van derden kunnen en moeten inroepen. Daar kwam bij dat mevrouw X in de bezwaarfase niet was ingegaan op de uitnodiging van de inspecteur voor een hoorgesprek, waar zij de problemen met het doen van aangifte had kunnen aangeven. De Rechtbank verklaarde het beroep van mevrouw X ongegrond.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.