Kosten retourticket Malaga-Rotterdam redelijke proceskostenvergoeding voor bijwonen zitting WOZ-procedure

Datum: 22 oktober 2019

De gemeente Den Haag stelde de WOZ-waarden van de woningen van de in Zwitserland wonende X op de waardepeildatum 1 januari 2017 naar de toestandsdatum 1 januari 2018 voor het kalenderjaar 2018 vast op respectievelijk € 650.000 en € 390.000. Na bezwaar van X werd de waarde van woning I nader vastgesteld op € 550.000 en de waarde van de woning II op € 380.000. X vond die waarden nog te hoog, omdat hij de woningen in maart 2017 samen had gekocht voor € 400.000. Rechtbank Den Haag was het met X eens dat de gemeente de vastgestelde waarden niet aannemelijk had gemaakt. De door de gemeenten gehanteerde referentiewoningen waren niet geschikt, omdat ze een zeer luxe renovatie hadden ondergaan en de woningen van X alleen waren gerenoveerd voor de verhuur. X had volgens de Rechtbank de door hem bepleite waarden van beide woningen van samen € 400.000 echter ook niet aannemelijk gemaakt. De gemeente had volgens de Rechtbank aannemelijk gemaakt dat de verkoopprijs voor de beide panden samen (al dan niet inclusief de door X op € 300.000 gestelde renovatiekosten) niet de waarde in het economische verkeer weergaf omdat de woningen niet op de vrije markt waren aangeboden en dus niet elke gegadigde als zodanig een bod hierop had kunnen uitbrengen. De Rechtbank stelde de waarden van de twee panden in goede justitie vast op respectievelijk € 526.500 en € 346.500. De Rechtbank verklaarde het beroep van X gegrond en veroordeelde de gemeente tot het betalen van een proceskostenvergoeding. Van de door X opgegeven reiskosten van € 163,17 (retourvliegticket Malaga – Rotterdam/Den Haag) kwamen volgens de Rechtbank alleen in aanmerking de reiskosten per openbaar vervoer laagste klasse of een kilometervergoeding van € 0,28 als openbaar vervoer niet of onvoldoende mogelijk was. In bijzondere gevallen kon hiervan worden afgeweken. Volgens de Rechtbank kwamen de kosten van het retourticket als redelijkerwijs gemaakte kosten volledig voor vergoeding in aanmerking, omdat X ten tijde van de zitting in Spanje verblijf had en de reiskosten gezien het vluchtschema uitsluitend waren gemaakt om de zitting bij te wonen en deze kosten ook lager uitvielen dan de kosten bij het gebruik van openbaar vervoer, laagste klasse, alsook de kosten bij het hanteren van een kilometervergoeding van € 0,28.

Om dit artikel te kunnen delen op sociale media dien je marketing-cookies te accepteren.